Een huis in Oranjezicht

Eind negentiende eeuw vond een herleving plaats van de Kaaps-Hollandse architectuur. De neo-Kaaps-Hollandse stijl greep terug op de kenmerkende gevels en andere decoratieve elementen van de oorspronkelijke stijl en paste die op een eigentijdse manier toe. Tot aan de Tweede Wereldoorlog was de bouwstijl bijzonder populair in Zuid-Afrika. Niet alleen overheidsgebouwen, treinstations en kerken werden voorzien van Kaaps-Hollandse gevels, maar ook particuliere woningen, zoals dit prachtige huis in Kaapstad dat recentelijk te koop stond voor R10.500.000 (ongeveer €540.000). Het staat op de hoek van Alexandra Avenue en Upper Orange Street in Oranjezicht, een van de mooiste wijken van de stad. Met zijn holbolgevels, schuiframen met luiken en witgepleisterde muren is het een schoolvoorbeeld van de neo-Kaaps-Hollandse stijl.

Lees verder “Een huis in Oranjezicht”

Het standbeeld van Jan van Riebeeck

Jan van Riebeeck krijgt een wasbeurt, ca. 1920.

Toen de bovenstaande foto werd genomen stond het standbeeld van Jan van Riebeeck er al zo’n twintig jaar. De Brit Cecil John Rhodes schonk het standbeeld van de stichter van de Kaapkolonie aan Kaapstad. Hij betaalde de Schotse beeldhouwer John Tweed het grote bedrag van duizend pond voor het beeld. Rhodes koos voor een locatie aan het begin van Adderley Street, vlak bij de kustlijn. Van Riebeeck zou daar in 1652 voor het eerst voet aan wal hebben gezet.

Op 18 mei 1899 vond de onthulling plaats door burgemeester Thomas Ball. Rhodes was zelf niet aanwezig bij de festiviteiten in verband met een zakenreis naar Engeland. Een toeschouwer, zo lezen we in het boek Van Riebeeck tussen wal en schip van Willem-Pieter van Ledden, verklaarde gekscherend over de bruine kleur van het bronzen beeld: “Maar raai, ek het altyd gedenk, ou Van Riebeeck was ’n wit man, en nou siin ek hy was ’n kleurling nes ons.”

Bij het standbeeld werden op initiatief van het Algemeen-Nederlands Verbond vanaf 1921 herdenkingen gehouden op 6 april, de dag van Van Riebeecks aankomst aan de Kaap. Van 1952 tot 1994 was Van Riebeeckdag, ook bekend als Stigtingsdag, zelfs een officiële feestdag in Zuid-Afrika. In 1994 vond de laatste herdenking plaats bij het standbeeld. Tijdens de protesten van de laatste jaren tegen monumenten uit de tijd van het kolonialisme en de apartheid is het standbeeld een mikpunt van kritiek geworden. Het is de vraag voor hoelang Van Riebeeck nog vanaf zijn sokkel van Kaaps graniet blijft uitkijken over de stad die hij heeft gesticht.

De vogels van Groot-Zimbabwe

Een van de acht vogels in de ruïnes van Groot-Zimbabwe. In februari 2020 werden de vogels vanuit een nabijgelegen museum tijdelijk overgebracht naar hun oorspronkelijke locatie voor een fotosessie.

De ruïnes van Groot-Zimbabwe in de heuvels van het zuidoosten van Zimbabwe behoren tot de indrukwekkendste archeologische monumenten van Afrika bezuiden de Sahara. De oude stad is vooral bekend vanwege haar massieve, schitterend gebouwde muren, maar er zijn ook uiteenlopende kunstvoorwerpen gevonden. Met name de acht gebeeldhouwde vogels van zeepsteen op lange sokkels spreken tot de verbeelding.

De Portugezen waren in de zestiende eeuw de eerste Europeanen die hoorden over Groot-Zimbabwe, maar de stad werd pas in 1867 teruggevonden door de Duitser Adam Render tijdens een jachttocht. Na hem werd het gebied onderzocht door archeologen die niet altijd gemakkelijk te onderscheiden waren van plunderaars. Een van de zeepstenen vogels werd in 1889 verkocht aan de Britse imperialist Cecil John Rhodes die hem opstelde in zijn landhuis Groote Schuur in Kaapstad. Later werden nog vier vogels overgebracht naar het South African Museum in Kaapstad. De sokkel van een andere vogel kwam terecht in het Museum für Völkerkunde in Berlijn. Slechts twee vogels bleven achter in Groot-Zimbabwe.

Lees verder “De vogels van Groot-Zimbabwe”

Een Kaapse laan

Een Kaapse laan, Jacobus Hendrik Pierneef, 1929. Olieverf op hout, 54 x 66 cm.

Jacobus Hendrik Pierneef geldt als een van de grootste Zuid-Afrikaanse schilders van de twintigste eeuw. Hij schilderde dit gezicht op een Kaapse laan in 1929. Waarschijnlijk is het Church Street in Worcester met in de verte de Nederduits Gereformeerde kerk. De situatie komt overeen, maar Pierneef heeft zich enige artistieke vrijheden veroorloofd. Zo heeft de kerk in werkelijkheid een hogere toren en een dwarsbeuk.

Pierneef streefde ernaar de werkelijkheid met platte vlakken, lijnen en kleuren tot haar essentie terug te brengen. In dit schilderij heeft hij het bijzondere licht van een Kaapse zomermiddag vastgelegd. De warmte in de verlaten laan is bijna voelbaar. Pierneefs oog voor de schoonheid van de Kaaps-Hollandse architectuur komt terug in zijn prachtige weergave van het spel van licht en schaduw op de witgepleisterde muren.

De giraffe van Willem V

De giraffe van Willem V was in 2017 even terug in Nederland voor de tentoonstelling “Goede Hoop; Zuid-Afrika en Nederland vanaf 1600” in het Rijksmuseum.

Op 7 oktober 2020 adviseerde de Raad voor Cultuur aan Ingrid van Engelshoven, de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, dat Nederland al het koloniale erfgoed moet teruggeven aan de herkomstlanden, als redelijk zeker kan worden aangetoond dat die landen de stukken onvrijwillig zijn kwijtgeraakt. Dit soort richtlijnen zouden niet alleen voor gestolen erfgoed uit voormalige koloniën moeten gelden, maar voor al het gestolen erfgoed, ook voor de giraffe van stadhouder Willem V van Oranje-Nassau.

Giraffe met links een Khoikhoi, Robert Jacob Gordon, 1779, Rijksmuseum.

In de jaren zeventig en tachtig van de achttiende eeuw maakte Robert Jacob Gordon, een Nederlandse ontdekkingsreiziger, militair, natuurwetenschapper en tekenaar van Schotse komaf, een vijftal reizen door de Kaapkolonie en daarbuiten. Hij bracht de gebieden die hij bezocht in kaart en hij beschreef en tekende de planten en dieren die hij tegenkwam. Over zijn bevindingen correspondeerde hij met wetenschappers in Europa. Op 27 juni 1779 begon hij aan zijn vierde reis. Hij hoopte onder meer giraffen, die in Europa vrijwel onbekend waren, te vinden. Hij wilde het dier niet alleen beschrijven en tekenen voor de wetenschap, maar hij wilde ook een skelet en een geprepareerde huid aan zijn beschermheer Willem V schenken voor diens vermaarde naturaliënkabinet.

Lees verder “De giraffe van Willem V”

Rozenhof

Rozenhof na de reconstructie van de oude voorgevel. Foto door Heiko Schulze.

Aan de voet van de populaire uitgaansstraat Kloof Street in de wijk Gardens in Kaapstad staat Rozenhof. Het pand heeft een rijke geschiedenis, maar helaas heeft de huidige eigenaar laten zien daar weinig oog voor te hebben.

Rozenhof werd waarschijnlijk gebouwd in 1791 door de burger Hermanus ter Hoeven. Het huis lag toen buiten de bebouwde kom van Kaapstad in een gebied met tuinen, boerderijen en landhuizen, zoals het verderop in Kloof Street gelegen Saasveld. Rozenhof werd gebouwd in Kaaps-Hollandse stijl en had een dakkamer met een fronton en sierlijke klauwstukken aan weerszijden. Het huis was bereikbaar via een bruggetje dat een bergstroom overspande die van de Tafelberg via Kloof Street, Long Street, Wale Street en de Heerengracht naar de zee liep.

Lees verder “Rozenhof”

Wilhelm Langschmidt

Long Street, 1845.

Wilhelm Langschmidt is tegenwoordig vrijwel vergeten, maar halverwege de negentiende eeuw schilderde hij twee stadsgezichten die tot de fraaiste behoren die ooit van Kaapstad zijn gemaakt.

Wilhelm Heinrich Franz Ludwig Langschmidt werd op 10 januari 1805 geboren in het Mecklenburgse stadje Grabow. Hij was de zoon van een rijke koopman en was voorbestemd zijn vader op te volgen. Hij ging in de leer als koopman in Lübeck, maar vanwege zijn artistieke talenten wilde hij liever schilder worden. Hij diende enkele verzoeken in bij groothertog Frederik Frans van Mecklenburg-Schwerin voor ondersteuning in zijn opleiding tot schilder, maar die werden allemaal afgewezen. In 1839 besloot Langschmidt daarom zijn geluk elders te beproeven en hij vertrok naar Kaapstad. Alvorens hij zich inscheepte, trouwde hij met de achttien jaar jongere Dorothea Ahrens.

In Kaapstad vestigde hij zich in Long Street als portretschilder. Hij was daarnaast werkzaam als tekenleraar en lithograaf. De nauwkeurige stadsgezichten van Long Street en St George’s Street in Kaapstad, die deel uitmaken van de William Fehr Collection in Kasteel de Goede Hoop, vormen het hoogtepunt van zijn kleine oeuvre. In 1856 vestigde hij zich op de boerderij Grietjesgat aan de Palmietrivier in de Overberg. Rond de boerderij ontstond een nederzetting die snel groeide, niet in de laatste plaats omdat de Langschmidts drieëntwintig kinderen hadden. Langschmidt noemde het dorp Grabouw, naar zijn Mecklenburgse geboorteplaats. Op 5 oktober 1866 overleed hij op 61-jarige leeftijd.

Lees verder “Wilhelm Langschmidt”

Inhambane in het Land van de Goede Mensen

De pier van Inhambane. Hiervandaan vertrekt de veerpont naar Maxixe aan de overkant van de baai. Links de kathedraal uit 1974 met rechts daarvan de oude kerk.

Inhambane is een stad in het zuiden van Mozambique, een kleine vijfhonderd kilometer ten noordoosten van de hoofdstad Maputo. De stad is prachtig gelegen op de oostelijke oever van de Baai van Inhambane, een natuurlijke haven die is gevormd door een diepe inham van de Indische Oceaan bij de monding van de Mutambarivier. Inhambane, dat ongeveer tachtigduizend inwoners heeft, is een charmante, slaperige stad met lommerrijke straten en een fraaie mengeling van oude koloniale gebouwen en art-deco-architectuur.

Over de vroegste geschiedenis van Inhambane is weinig bekend. Waarschijnlijk bezochten islamitische handelaren de Baai van Inhambane vanaf de tiende eeuw. Het was de zuidelijkste plaats die de dhows van de Indische Oceaan aandeden. In 1498 ging Vasco da Gama voor anker in de baai voor verversingen tijdens zijn eerste reis naar India. Hij werd vriendelijk ontvangen door de lokale bevolking en noemde het gebied Terra de Boa Gente (“Land van de Goede Mensen”). Portugese handelaren bleven daarna de baai bezoeken. Vanaf 1560 was Inhambane kortstondig de plaats van de eerste missie van de jezuïeten in Oost-Afrika.

Lees verder “Inhambane in het Land van de Goede Mensen”

Sir John Truter

Sir John Truter in toga.

Zuid-Afrika wordt geplaagd door corruptie. Politici en ambtenaren maken op grote schaal misbruik van hun positie. Begin negentiende eeuw was dit niet heel anders, zo laat het optreden van Sir John Truter zien.

John Truter werd op 11 oktober 1763 geboren in Kaapstad als Johannes Andreas Truter. Hij studeerde rechten in Leiden, zoals het hoorde. Na het behalen van de meestertitel in 1787 keerde hij terug naar de Kaap. Hij vervulde bestuurlijke functies onder de VOC en tijdens het bewind van de Bataafse Republiek. In 1806, terwijl Britse troepen Kaapstad naderden, was hij betrokken bij de plundering van de Bataafse staatskas. Na de overgave van de kolonie bracht een van Truters slavinnen de Britten hiervan op de hoogte en moesten Truter en zijn medestanders het gestolen bedrag terugbetalen. Truter ging vervolgens aan de slag als zelfstandig advocaat. In 1809 trad hij weer in overheidsdienst als fiscaal, een soort officier van justitie. Het hoogtepunt van zijn carrière volgde drie jaar later toen de Britten hem benoemden tot de eerste hoofdrechter van de Kaapkolonie.

Lees verder “Sir John Truter”

President Steyn is terug

President Steyn op zijn nieuwe plek voor het Oorlogsmuseum van die Boererepublieke in Bloemfontein.

Op 28 juni 2020 schreef ik over de verwijdering van het standbeeld van president Steyn van de campus van de Universiteit van die Vrystaat in Bloemfontein. Op 27 augustus 2020 is het standbeeld heropgericht voor het Oorlogsmuseum van die Boererepublieke, eveneens in Bloemfontein. Steyn is opgesteld in precies dezelfde richting als op de vorige locatie waardoor het licht op dezelfde manier op het beeld valt als voorheen.

De verplaatsing van het standbeeld van de universiteitscampus naar het museumterrein is een elegante oplossing voor een lastige kwestie. Hopelijk inspireert het de voorstanders van het omverhalen van standbeelden.