Plettenbergbaai

Plettenbergbaai vanaf de Robberg.

Plettenbergbaai is een mondaine badplaats aan de Indische Oceaan. Het dorp, dat door zijn inwoners liefkozend Plett wordt genoemd, ligt aan de beroemde Tuinroute die langs de zuidkust van Zuid-Afrika slingert. ’s Zomers verandert het rustige dorp in een druk vakantieoord. Uit binnen- en buitenland komen toeristen voor de uitgestrekte stranden, de natuurgebieden in de omgeving en de ontspannen sfeer. Niet voor niets noemde de Portugese zeevaarder Manuel de Mesquita Perestrelo de plaats in 1576 Bahia Formosa (“Mooie Baai”).

In 1630 strandde het Portugese schip São Gonçalo in de baai. Ongeveer honderd opvarenden overleefden de ramp. Van de overblijfselen van het schip bouwden zij twee boten. Tijdens de acht maanden die daarvoor nodig waren, bouwden zij ook tijdelijke onderkomens en zelfs een eenvoudige kapel. De verhoudingen met de Khoikhoi waren al die tijd goed. Bij hun vertrek richtten de Portugezen een kruis op en graveerden hun lotgevallen op een steen waarvan een deel in de negentiende eeuw is teruggevonden. Een van de boten wist veilig Mozambique te bereiken. De andere boot voer richting Kaap de Goede Hoop waar de bemanning werd opgepikt door het Portugese schip Santo Ignacio de Loyola. De meesten verdronken toen dit schip zonk in het zicht van de haven van Lissabon.

Lees verder “Plettenbergbaai”

De Kaapse pokkenepidemie van 1713

Khoikhoi tijdens een storm. Anonieme kunstenaar, ca. 1700, National Library of South Africa.

Op 13 februari 1713 arriveerde vanuit Batavia de retourvloot van de Verenigde Oost-Indische Compagnie onder bevel van Johannes van Steeland in de Tafelbaai. Tijdens de zeereis hadden enkele opvarenden, onder wie de kinderen van Van Steeland, de pokken gehad, maar tegen de tijd dat de Kaap werd bereikt waren zij weer hersteld. Na aankomst werd hun kleding zoals gebruikelijk naar de slavenloge aan de Heerengracht gebracht om gewassen te worden. Binnen de kortste keren was een groot deel van de slaven ziek. Tijdens de daaropvolgende zes maanden overleden bijna tweehonderd van de vijfhonderdzeventig Compagniesslaven.

Van de slaven sloeg het virus over op de VOC-dienaren, de burgers en de Khoikhoi. In mei en juni was in bijna alle huishoudens in Kaapstad iemand ziek of overleden. Mensen waagden zich niet meer buiten. Zelfs de kinderen speelden niet meer in de straten van de stad. De wanhoop was zo groot dat slaven het grote bedrag van een rijksdaalder per dag kregen om op de zieken te passen. Al snel werden de overledenen zonder kist begraven omdat er te weinig hout was. Ongeveer een kwart van de tweeduizend burgers in de kolonie stierf aan het virus.

Lees verder “De Kaapse pokkenepidemie van 1713”

Een Kaapse laan

Een Kaapse laan door Jacobus Hendrik Pierneef, 1929. Olieverf op hout, 54 x 66 cm.

Jacobus Hendrik Pierneef geldt als een van de grootste Zuid-Afrikaanse schilders van de twintigste eeuw. Hij schilderde dit gezicht op een Kaapse laan in 1929. Waarschijnlijk is het Church Street in Worcester met in de verte de Nederduits Gereformeerde kerk. De situatie komt overeen, maar Pierneef heeft zich enige artistieke vrijheden veroorloofd. Zo heeft de kerk in werkelijkheid een hogere toren en een dwarsbeuk.

Pierneef streefde ernaar de werkelijkheid met platte vlakken, lijnen en kleuren tot haar essentie terug te brengen. In dit schilderij heeft hij het bijzondere licht van een Kaapse zomermiddag vastgelegd. De warmte in de verlaten laan is bijna voelbaar. Pierneefs oog voor de schoonheid van de Kaaps-Hollandse architectuur komt terug in zijn prachtige weergave van het spel van licht en schaduw op de witgepleisterde muren.

Elim in de Overberg

De hoofdstraat van Elim met aan het einde de Moravische kerk.

Tussen Gansbaai en Bredasdorp, in de West-Kaapse Overberg, ligt het schilderachtige missiedorp Elim. De plaats is in 1824 gesticht op de boerderij Vogelstruyskraal door zendelingen van de Moravische Kerk als een thuis voor bevrijde slaven en Khoikhoi die van hun land waren verdreven. De zendelingen vernoemden het dorp naar de bijbelse oase “met twaalf bronnen en zeventig palmen” (Ex. 15:27) waar de Israëlieten zich na hun uittocht uit Egypte legerden.

De Moravische kerk van Elim. Links is een deel van de pastorie zichtbaar.

Elim is een van de best bewaard gebleven missiedorpen in Zuid-Afrika. De hoofdstraat van het dorp, die toepasselijk Kerkstraat heet, wordt geflankeerd door karakteristieke witgepleisterde huisjes waarvan de meeste hun rieten dak hebben behouden. Aan het eind van de straat staat de missiekerk uit 1835 met holbolgevels. Het interieur is, net als bij andere Moravische kerken, volledig wit. Naast de kerk staat de voormalige boerderij Vogelstruyskraal uit 1796 die na de stichting van het missiedorp werd omgevormd tot pastorie. De watermolen aan de overzijde van de werf stamt uit de begindagen van het missiedorp en wordt nog steeds gebruikt voor het malen van graan.

Lees verder “Elim in de Overberg”

Vergenoegd

Vergenoegd vanuit de lucht in zuidwestelijke richting.

Op de Kaapse Vlakte, net ten oosten van Kaapstad, ligt het wijnlandgoed Vergenoegd. De eerste eigenaar van Vergenoegd was de vrijburger Pieter de Vos. Hij verkreeg dit stuk land in 1696 en, afgaand op de naam die hij eraan gaf, was hij er tevreden mee. Desondanks verkocht hij het vier jaar later aan Ferdinand Appel wiens weduwe Lavina Cloete het erfde na zijn dood. Het landgoed wisselde binnen de familie nog verschillende keren van eigenaar voordat het in 1772 in bezit kwam van Lavina’s kleinzoon Johannes Nicolaas Colijn.

De voorzijde van Vergenoegd met de holbolgevel uit 1773.

Colijn liet Vergenoegd verbouwen en voegde de kenmerkende holbolgevel toe aan de voorzijde. Dit geveltype dankt zijn naam aan de holle en bolle rondingen in het lijstwerk. In Nederland wordt dit een in- en uitgezwenkte gevel genoemd. Op de gevel van Vergenoegd zijn de naam van het landgoed, geschreven als “Vergenoegt”, en het bouwjaar 1773 aangebracht. De drie zijgevels stammen uit dezelfde tijd en zijn ook van het holboltype, maar ze zijn uitgevoerd in vereenvoudigde vorm. Oorspronkelijk was er nog een vierde zijgevel, maar de vleugel aan de rechterachterzijde is niet lang na de bouw ingestort. Drie forse steunberen aan de achterzijde wijzen erop dat er nog meer dreigde in te storten.

Lees verder “Vergenoegd”

De tombe van de baron

Het landelijke gebied buiten de bebouwde kom van Kaapstad op een litho van John Herschel uit 1835. Links is in de verte de stad zichtbaar met de toren van de oude St George’s Cathedral in aanbouw en rechts daarvan de toren van de Groote Kerk. Helemaal rechts is de achterkant van Saasveld zichtbaar.

Op moderne kaarten zijn de grenzen van het laat achttiende-eeuwse Kaapstad nog steeds zichtbaar. De straten Buitengracht, Buitensingel en Buitenkant geven aan tot waar de bebouwing van de nederzetting zich uitstrekte. Daarbuiten, op de hellingen van de Tafelberg lag een gebied met tuinen, boerderijen en landhuizen. Een van die landhuizen was Saasveld op het landgoed De Tuin van Oudtshoorn. Saasveld heeft een opmerkelijke geschiedenis, niet in de laatste plaats omdat het tegenwoordig vijfenzeventig kilometer is verwijderd van zijn oorspronkelijke locatie.

De Tuin van Oudtshoorn was gelegen aan Kloof Street in wat nu de wijk Gardens is. Het landgoed was eigendom van Pieter baron van Reede van Oudtshoorn. Hij was in 1741 naar de Kaap gekomen en diende als hoge VOC-ambtenaar onder de gouverneurs Hendrik Swellengrebel en Rijk Tulbagh. Toen de laatstgenoemde in 1771 overleed, werd Pieter van Reede van Oudtshoorn die met verlof was in Nederland benoemd tot zijn opvolger. Onderweg naar de Kaap werd hij echter ziek. Na negentien dagen aan zijn bed gekluisterd te zijn overleed hij op zee.

Lees verder “De tombe van de baron”