Kaapstad onder water

Winkelmedewerkers proberen het water buiten te houden bij Cleghorn & Harris aan Adderley Street.

De ellende begon op 23 juni 1904 rond het middaguur. Zware regenbuien veranderden de straten van Kaapstad in rivieren. Vanuit de hoger gelegen wijk Gardens op de helling van de Tafelberg stroomde een muur van modderig water, die op sommige plekken een hoogte bereikte van bijna een meter, naar beneden richting het centrum van de stad. De bewoners van een huis op de hoek van Glynn en Buitenkant Street konden ternauwernood worden gered uit hun volgelopen huis. ’s Avonds bleven stortbuien de stad teisteren en begon het te onweren. De volgende dag braken de wolken open. Op de Tafelberg waren prachtige watervallen zichtbaar.

Op 25 juni voerde de harde noordwestenwind opnieuw zware regenbuien aan. Grote delen van de stadskom kwamen onder water te staan. Dit keer was de schade het grootst in District Six en Tamboerskloof, waar in aanleg zijnde straten werden weggespoeld. Ook in het centrum veroorzaakte de overstroming een ravage. In Adderley Street en St George’s Street probeerden winkelmedewerkers, die tot hun knieën in het water stonden, verwoed het water buiten te houden.

Lees verder “Kaapstad onder water”

Een Oranjeprins in Kaapstad

Willem Frederik Hendrik (1820-1879), prins der Nederlanden, door J.B. van Hulst, 1836, Stichting Historische Verzamelingen van het Huis Oranje Nassau, Den Haag.

Op zondag 6 mei 1838 ging het Nederlandse fregat Bellona onder het gebulder van 21 saluutschoten voor anker in de Simonsbaai. Aan boord bevond zich prins Hendrik, de derde zoon van de latere koning Willem II en Anna Paulowna. Vergezeld door Nederlandse en Britse officieren reed hij op 9 mei in een open rijtuig van Simonstad naar Kaapstad. Daar stonden de straten en de pleinen vol met toeschouwers. Vanwege de afwezigheid van gouverneur George Thomas Napier, die op reis was in het binnenland van de kolonie, verbleef de prins niet in het gouvernementshuis, maar in het vroegere logement van de weduwe De Wit. Voor haar huis wachtte een militaire erewacht hem op. Een muziekkorps speelde het God Save the King en van alle kanten klonk een luid “hoezee!” toen hij uit het rijtuig stapte.

Prins Hendrik was van jongs af aan geïnteresseerd in de zeevaart. Niet voor niets stond hij ook wel bekend als Hendrik de Zeevaarder. Al op tienjarige leeftijd trad hij in dienst bij de Koninklijke Marine. Vanaf 1833 maakte hij zeereizen naar Spanje, de Oostzee, de Nederlandse bezittingen in de West en Noord-Amerika. In 1836 begon hij aan zijn langste reis. Op de Bellona voer hij naar Nederlands-Indië. Hij was de enige Oranje die de kolonie bezocht voor de onafhankelijkheid. Na een verblijf van zeven maanden in de archipel voer hij via Brits-Indië naar de Kaapkolonie die ook nog nooit door een Oranje was bezocht.

Lees verder “Een Oranjeprins in Kaapstad”

De schipbreuk van de Vis

De schipbreuk van de Vis, Jürgen Leeuwenberg, 1740, National Library of South Africa.

“Brand! Brand!”, riep een van de matrozen op de uitkijk. “Waar is brand?”, schreeuwde de stuurman, maar voordat de matroos kon antwoorden waar hij de branding zag, liep het VOC-fluitschip Vis op de rotsen van Groenpunt, iets ten westen van de plaats waar nu de vuurtoren staat. Tegen alle richtlijnen in had de schipper van de Vis in de nacht van 5 op 6 mei 1740 geprobeerd de Tafelbaai binnen te varen. Hij had het licht van de nieuwe batterij in Drieankerbaai aangezien voor het vertrouwde vuursignaal op Robbeneiland. Het schip was in de duisternis recht op de kust afgevaren.

Toen het licht werd, kwamen verschillende boten uit Kaapstad te hulp. De zware branding maakte het echter onmogelijk het schip te bereiken. Er moest een andere manier gevonden worden om de bemanning en de lading te redden. Drie matrozen namen een touw mee in de sloep van de Vis en probeerden de wal te bereiken, maar de sloep sloeg om en zij verdronken. Enkele matrozen bonden vervolgens op hoop van zegen een touw vast aan een leeg vat dat ze overboord gooiden. Het vat dreef naar de wal waar het touw werd vastgebonden aan twee palen. Op het schip haalden de matrozen het touw door de ringen van de ketel uit de kombuis. Zo ontstond een geïmproviseerde kabelbaan. Telkens werden twee of drie bemanningsleden in de ketel naar de wal getrokken.

Lees verder “De schipbreuk van de Vis”

Een nieuw VOC-hospitaal in Kaapstad

Het in aanbouw zijnde hospitaal, ca. 1783, Library of Parliament, Kaapstad.

Eindelijk was het zover. Op 2 november 1772 legde gouverneur Joachim Ammema baron van Plettenberg de eerste steen van het nieuwe hospitaal van de VOC in Kaapstad. Het enorme gebouw dat ruimte moest bieden aan 1450 patiënten werd gebouwd ter vervanging van het oude hospitaal aan de Heerengracht uit 1699. Vanwege de hoge sterfte- en ziektecijfers aan boord van VOC-schepen was het een van de belangrijkste gebouwen van de Kaapse verversingspost. De bouw van het nieuwe hospitaal ontwikkelde zich echter tot een gigantisch hoofdpijndossier voor het Kaapse bestuur.

De moeizame voorbereiding had een waarschuwing kunnen zijn. Al op 22 januari 1765 had de Politieke Raad onder voorzitterschap van gouverneur Rijk Tulbagh, de voorganger van Van Plettenberg, besloten de bewindhebbers van de VOC toestemming te vragen voor de bouw van een nieuw hospitaal. Pas zeven jaar later, na een uitgebreide briefwisseling tussen de Kaap en Amsterdam, werd overeenstemming bereikt over het ontwerp. Luitenant-ingenieur Carel David Wentzel tekende vermoedelijk de definitieve versie. Het hospitaal werd aan de oostzijde van Kaapstad gebouwd, op een terrein dat tegenwoordig wordt begrensd door Barrack Street, Corporation Street, Caledon Street en Buitenkant Street.

Lees verder “Een nieuw VOC-hospitaal in Kaapstad”

City Hall, Cape Town 1917

City Hall, Cape Town 1917, Robert Gwelo Goodman, South African National Gallery.

Robert Gwelo Goodman (1871-1939) was een van de grootste Zuid-Afrikaanse schilders. Hij behoorde tot de zogeheten Kaapse impressionisten die begin twintigste eeuw werkzaam waren in Kaapstad. Zijn stijl toont invloeden van het Franse impressionisme en pointillisme, maar het ging hem meer om de weergave van het onderwerp dan om het vastleggen van het licht en de atmosfeer van het moment. Hij schilderde voornamelijk stadsgezichten, historische gebouwen, interieurs, landschappen en bloemen.

Goodman maakte dit schilderij in 1917. Het is misschien wel zijn beste werk. Op de voorgrond zien we de Grand Parade en het stadhuis van Kaapstad met daarachter de Duivelspiek en de Tafelberg. Hij schilderde het stadsgezicht ter plekke in een kamer in het voormalige operagebouw waar nu het hoofdpostkantoor staat. De Grand Parade was het voornaamste plein van de stad. Het edwardiaanse stadhuis aan de zuidzijde werd voltooid in 1905. Het statige gebouw was een trots symbool van de Britse macht in Zuid-Afrika. De Union Jack wapperde fier op het fronton. Het stadhuis kreeg internationale bekendheid toen Nelson Mandela op 11 februari 1990, slechts enkele uren na zijn vrijlating uit de gevangenis, op het bordes zijn eerste publieke toespraak hield.

De Kaapse pokkenepidemie van 1713

Khoikhoi tijdens een storm, anonieme kunstenaar, ca. 1700, National Library of South Africa.

Op 13 februari 1713 arriveerde vanuit Batavia de retourvloot van de Verenigde Oost-Indische Compagnie onder bevel van Johannes van Steeland in de Tafelbaai. Tijdens de zeereis hadden enkele opvarenden, onder wie de kinderen van Van Steeland, de pokken gehad, maar tegen de tijd dat de Kaap werd bereikt waren zij weer hersteld. Na aankomst werd hun kleding zoals gebruikelijk naar de slavenloge aan de Heerengracht gebracht om gewassen te worden. Binnen de kortste keren was een groot deel van de slaven ziek. Tijdens de daaropvolgende zes maanden overleden bijna tweehonderd van de vijfhonderdzeventig Compagniesslaven.

Van de slaven sloeg het virus over op de VOC-dienaren, de burgers en de Khoikhoi. In mei en juni was in bijna alle huishoudens in Kaapstad iemand ziek of overleden. Mensen waagden zich niet meer buiten. Zelfs de kinderen speelden niet meer in de straten van de stad. De wanhoop was zo groot dat slaven het grote bedrag van een rijksdaalder per dag kregen om op de zieken te passen. Al snel werden de overledenen zonder kist begraven omdat er te weinig hout was. Ongeveer een kwart van de tweeduizend burgers in de kolonie stierf aan het virus.

Lees verder “De Kaapse pokkenepidemie van 1713”

Een huis in Oranjezicht

Eind negentiende eeuw vond een herleving plaats van de Kaaps-Hollandse architectuur. De neo-Kaaps-Hollandse stijl greep terug op de kenmerkende gevels en andere decoratieve elementen van de oorspronkelijke stijl en paste die op een eigentijdse manier toe. Tot aan de Tweede Wereldoorlog was de bouwstijl bijzonder populair in Zuid-Afrika. Niet alleen overheidsgebouwen, treinstations en kerken werden voorzien van Kaaps-Hollandse gevels, maar ook particuliere woningen, zoals dit prachtige huis in Kaapstad dat recentelijk te koop stond voor R10.500.000 (ongeveer €540.000). Het staat op de hoek van Alexandra Avenue en Upper Orange Street in Oranjezicht, een van de mooiste wijken van de stad. Met zijn holbolgevels, schuiframen met luiken en witgepleisterde muren is het een schoolvoorbeeld van de neo-Kaaps-Hollandse stijl.

Lees verder “Een huis in Oranjezicht”

Het standbeeld van Jan van Riebeeck

Jan van Riebeeck krijgt een wasbeurt, ca. 1920.

Toen de bovenstaande foto werd genomen stond het standbeeld van Jan van Riebeeck er al zo’n twintig jaar. De Brit Cecil John Rhodes schonk het standbeeld van de stichter van de Kaapkolonie aan Kaapstad. Hij betaalde de Schotse beeldhouwer John Tweed het grote bedrag van duizend pond voor het beeld. Rhodes koos voor een locatie aan het begin van Adderley Street, vlak bij de kustlijn. Van Riebeeck zou daar in 1652 voor het eerst voet aan wal hebben gezet.

Op 18 mei 1899 vond de onthulling plaats door burgemeester Thomas Ball. Rhodes was zelf niet aanwezig bij de festiviteiten in verband met een zakenreis naar Engeland. Een toeschouwer, zo lezen we in het boek Van Riebeeck tussen wal en schip van Willem-Pieter van Ledden, verklaarde gekscherend over de bruine kleur van het bronzen beeld: “Maar raai, ek het altyd gedenk, ou Van Riebeeck was ’n wit man, en nou siin ek hy was ’n kleurling nes ons.”

Bij het standbeeld werden op initiatief van het Algemeen-Nederlands Verbond vanaf 1921 herdenkingen gehouden op 6 april, de dag van Van Riebeecks aankomst aan de Kaap. Van 1952 tot 1994 was Van Riebeeckdag, ook bekend als Stigtingsdag, zelfs een officiële feestdag in Zuid-Afrika. In 1994 vond de laatste herdenking plaats bij het standbeeld. Tijdens de protesten van de laatste jaren tegen monumenten uit de tijd van het kolonialisme en de apartheid is het standbeeld een mikpunt van kritiek geworden. Het is de vraag voor hoelang Van Riebeeck nog vanaf zijn sokkel van Kaaps graniet blijft uitkijken over de stad die hij heeft gesticht.

Rozenhof

Rozenhof na de reconstructie van de oude voorgevel. Foto door Heiko Schulze.

Aan de voet van de populaire uitgaansstraat Kloof Street in de wijk Gardens in Kaapstad staat Rozenhof. Het pand heeft een rijke geschiedenis, maar helaas heeft de huidige eigenaar laten zien daar weinig oog voor te hebben.

Rozenhof werd waarschijnlijk gebouwd in 1791 door de burger Hermanus ter Hoeven. Het huis lag toen buiten de bebouwde kom van Kaapstad in een gebied met tuinen, boerderijen en landhuizen, zoals het verderop in Kloof Street gelegen Saasveld. Rozenhof werd gebouwd in Kaaps-Hollandse stijl en had een dakkamer met een fronton en sierlijke klauwstukken aan weerszijden. Het huis was bereikbaar via een bruggetje dat een bergstroom overspande die van de Tafelberg via Kloof Street, Long Street, Wale Street en de Heerengracht naar de zee liep.

Lees verder “Rozenhof”

De Zeven Provinciën in de Unie van Zuid-Afrika

De Zeven Provinciën in de Tafelbaai met de Duivelspiek op de achtergrond.

Op 8 januari 1911 arriveerde het gloednieuwe Nederlandse pantserschip De Zeven Provinciën in de Tafelbaai. Het schip week af van de gebruikelijke route naar Nederlands-Indië door het Suezkanaal om de Nederlandse regering te vertegenwoordigen bij de opening van het parlement van de nieuwe Unie van Zuid-Afrika. De unie was ontstaan op 31 mei 1910 door de samenvoeging van de vier Britse koloniën Kaapkolonie, Natal, Oranjerivierkolonie en Transvaal. De Zeven Provinciën kwam echter twee maanden te laat voor de opening van het parlement op 4 november 1910 vanwege de lange tijd die nodig was geweest om het schip gereed te maken voor zijn eerste verre zeereis.

De Zeven Provinciën aangemeerd in het Victoria Basin in de haven van Kaapstad.

Het bezoek van De Zeven Provinciën aan Zuid-Afrika was er niet minder feestelijk om. Het was lang geleden dat een schip van de Koninklijke Marine de voormalige Nederlandse kolonie had bezocht. De komst van kapitein-ter-zee Fritz Bauduin en zijn mannen werd daarom uitbundig gevierd, met name door de Nederlandse gemeenschap in Zuid-Afrika en Afrikaners die hun oude moederland een warm hart toedroegen.

Lees verder “De Zeven Provinciën in de Unie van Zuid-Afrika”