City Hall, Cape Town 1917

City Hall, Cape Town 1917 door Robert Gwelo Goodman, South African National Gallery.

Robert Gwelo Goodman (1871-1939) was een van de grootste Zuid-Afrikaanse schilders. Hij behoorde tot de zogeheten Kaapse impressionisten die begin twintigste eeuw werkzaam waren in Kaapstad. Zijn stijl toont invloeden van het Franse impressionisme en pointillisme, maar het ging hem meer om de weergave van het onderwerp dan om het vastleggen van het licht en de atmosfeer van het moment. Hij schilderde voornamelijk stadsgezichten, historische gebouwen, interieurs, landschappen en bloemen.

Goodman maakte dit schilderij in 1917. Op de voorgrond zien we de Grand Parade en het stadhuis van Kaapstad met daarachter de Duivelspiek en de Tafelberg. Het is misschien wel zijn beste werk. Hij schilderde het stadsgezicht ter plekke in een kamer in het voormalige operagebouw waar nu het hoofdpostkantoor staat. De Grand Parade was het voornaamste plein van de stad. Aan de zuidzijde werd in 1905 het edwardiaanse stadhuis gebouwd. Het statige gebouw was een trots symbool van de Britse macht in Zuid-Afrika. De Union Jack wapperde fier op het fronton. Het stadhuis kreeg internationale bekendheid toen Nelson Mandela op 11 februari 1990, slechts enkele uren na zijn vrijlating uit de gevangenis, op het bordes zijn eerste publieke toespraak hield.

De Kaapse pokkenepidemie van 1713

Khoikhoi tijdens een storm. Anonieme kunstenaar, ca. 1700, National Library of South Africa.

Op 13 februari 1713 arriveerde vanuit Batavia de retourvloot van de Verenigde Oost-Indische Compagnie onder bevel van Johannes van Steeland in de Tafelbaai. Tijdens de zeereis hadden enkele opvarenden, onder wie de kinderen van Van Steeland, de pokken gehad, maar tegen de tijd dat de Kaap werd bereikt waren zij weer hersteld. Na aankomst werd hun kleding zoals gebruikelijk naar de slavenloge aan de Heerengracht gebracht om gewassen te worden. Binnen de kortste keren was een groot deel van de slaven ziek. Tijdens de daaropvolgende zes maanden overleden bijna tweehonderd van de vijfhonderdzeventig Compagniesslaven.

Van de slaven sloeg het virus over op de VOC-dienaren, de burgers en de Khoikhoi. In mei en juni was in bijna alle huishoudens in Kaapstad iemand ziek of overleden. Mensen waagden zich niet meer buiten. Zelfs de kinderen speelden niet meer in de straten van de stad. De wanhoop was zo groot dat slaven het grote bedrag van een rijksdaalder per dag kregen om op de zieken te passen. Al snel werden de overledenen zonder kist begraven omdat er te weinig hout was. Ongeveer een kwart van de tweeduizend burgers in de kolonie stierf aan het virus.

Lees verder “De Kaapse pokkenepidemie van 1713”

Een huis in Oranjezicht

Eind negentiende eeuw vond een herleving plaats van de Kaaps-Hollandse architectuur. De neo-Kaaps-Hollandse stijl greep terug op de kenmerkende gevels en andere decoratieve elementen van de oorspronkelijke stijl en paste die op een eigentijdse manier toe. Tot aan de Tweede Wereldoorlog was de bouwstijl bijzonder populair in Zuid-Afrika. Niet alleen overheidsgebouwen, treinstations en kerken werden voorzien van Kaaps-Hollandse gevels, maar ook particuliere woningen, zoals dit prachtige huis in Kaapstad dat recentelijk te koop stond voor R10.500.000 (ongeveer €540.000). Het staat op de hoek van Alexandra Avenue en Upper Orange Street in Oranjezicht, een van de mooiste wijken van de stad. Met zijn holbolgevels, schuiframen met luiken en witgepleisterde muren is het een schoolvoorbeeld van de neo-Kaaps-Hollandse stijl.

Lees verder “Een huis in Oranjezicht”

Het standbeeld van Jan van Riebeeck

Jan van Riebeeck krijgt een wasbeurt, ca. 1920.

Toen de bovenstaande foto werd genomen stond het standbeeld van Jan van Riebeeck er al zo’n twintig jaar. De Brit Cecil John Rhodes schonk het standbeeld van de stichter van de Kaapkolonie aan Kaapstad. Hij betaalde de Schotse beeldhouwer John Tweed het grote bedrag van duizend pond voor het beeld. Rhodes koos voor een locatie aan het begin van Adderley Street, vlak bij de kustlijn. Van Riebeeck zou daar in 1652 voor het eerst voet aan wal hebben gezet.

Op 18 mei 1899 vond de onthulling plaats door burgemeester Thomas Ball. Rhodes was zelf niet aanwezig bij de festiviteiten in verband met een zakenreis naar Engeland. Een toeschouwer, zo lezen we in het boek Van Riebeeck tussen wal en schip van Willem-Pieter van Ledden, verklaarde gekscherend over de bruine kleur van het bronzen beeld: “Maar raai, ek het altyd gedenk, ou Van Riebeeck was ’n wit man, en nou siin ek hy was ’n kleurling nes ons.”

Bij het standbeeld werden op initiatief van het Algemeen-Nederlands Verbond vanaf 1921 herdenking gehouden op 6 april, de dag van Van Riebeecks aankomst in de Kaap. Van 1952 tot 1994 was Van Riebeeckdag, ook bekend als Stigtingsdag, zelfs een officiële feestdag in Zuid-Afrika. In 1994 vond de laatste herdenking plaats bij het standbeeld. Tijdens de protesten van de laatste jaren tegen monumenten uit de tijd van kolonialisme en apartheid is het standbeeld een mikpunt van kritiek geworden. Het is de vraag voor hoelang Van Riebeeck nog vanaf zijn sokkel van Kaaps graniet blijft uitkijken over de stad die hij heeft gesticht.

Rozenhof

Rozenhof na de reconstructie van de oude voorgevel. Foto door Heiko Schulze.

Aan de voet van Kloof Street, een populaire uitgaansstraat in de wijk Gardens in Kaapstad, staat Rozenhof. Het huis heeft een rijke geschiedenis, maar de huidige eigenaar heeft daar helaas weinig oog voor.

Rozenhof werd waarschijnlijk gebouwd in 1791 door de burger Hermanus ter Hoeven. Het huis lag toen buiten de bebouwde kom van Kaapstad in een gebied met tuinen, boerderijen en landhuizen, zoals het verderop in Kloof Street gelegen Saasveld. Rozenhof werd gebouwd in Kaaps-Hollandse stijl en had een dakkamer met een fronton en sierlijke klauwstukken aan weerszijden. Het huis was bereikbaar via een bruggetje dat een bergstroom overspande die van de Tafelberg via Kloof Street, Long Street, Wale Street en de Heerengracht naar de zee liep.

Lees verder “Rozenhof”

De Zeven Provinciën in de Unie van Zuid-Afrika

De Zeven Provinciën in de Tafelbaai met de Duivelspiek op de achtergrond.

Op 8 januari 1911 arriveerde het gloednieuwe Nederlandse pantserschip De Zeven Provinciën in de Tafelbaai. Het schip week af van de gebruikelijke route naar Nederlands-Indië door het Suezkanaal om de Nederlandse regering te vertegenwoordigen bij de opening van het parlement van de nieuwe Unie van Zuid-Afrika. De unie was ontstaan op 31 mei 1910 door de samenvoeging van de vier Britse koloniën Kaapkolonie, Natal, Oranjerivierkolonie en Transvaal. De Zeven Provinciën kwam echter twee maanden te laat voor de opening van het parlement op 4 november 1910 vanwege de lange tijd die nodig was geweest om het schip gereed te maken voor zijn eerste verre zeereis.

De Zeven Provinciën aangemeerd in het Victoria Basin in de haven van Kaapstad.

Het bezoek van De Zeven Provinciën aan Zuid-Afrika was er niet minder feestelijk om. Het was lang geleden dat een schip van de Koninklijke Marine de voormalige Nederlandse kolonie had bezocht. De komst van kapitein-ter-zee Fritz Bauduin en zijn mannen werd daarom uitbundig gevierd, met name door de Nederlandse gemeenschap in Zuid-Afrika en Afrikaners die hun oude moederland een warm hart toedroegen.

Lees verder “De Zeven Provinciën in de Unie van Zuid-Afrika”

Met de trein naar Simonstad

Treinen rijden af en aan in Kaapstad. Het fraaie victoriaanse stationsgebouw uit 1875, links zichtbaar met de ronde overkapping, was rond 1900 al te klein. Het werd in de jaren zestig vervangen door een nieuw gebouw.

In 1862 werd de immense Kaapkolonie een stukje kleiner. Tussen Kaapstad en Eerste Rivier werd toen de eerste spoorlijn geopend. Al snel volgden er meer, zoals de spoorlijn tussen Kaapstad en Wynberg die in 1864 werd aangelegd. De spoorlijn naar Wynberg werd in 1883 doorgetrokken naar de kust van de Valsbaai bij Muizenberg. Een jaar later werd Kalkbaai bereikt en in 1890 werd het laatste deel van de lijn naar Simonstad geopend. Treinen waren sneller, comfortabeler en door de introductie van de eerste en tweede klas minder egalitair dan de oude paardenomnibussen waarin passagiers van alle rangen en standen door elkaar werden geschud.

De spoorlijn tussen Kaapstad en Simonstad, bekend als de zuidelijke lijn, bestaat nog steeds en is een van de mooiste van Zuid-Afrika. Aan de hand van de hier geplaatste ansichtkaarten uit omstreeks 1905 kan een vroegtwintigste-eeuwse reis langs de stations van de zuidelijke lijn worden gemaakt. Veel is hetzelfde gebleven in honderdvijftien jaar, maar er is ook het een en ander veranderd. De voetgangersbruggen zijn vervangen door nieuwe bruggen of tunnels, veel stationsgebouwen zijn een keer verbouwd en de treinen zijn natuurlijk geen stoomtreinen meer. Let voor de aardigheid op de advertenties van Mazawattee Tea die op bijna ieder station zijn aangebracht. Fijne reis!

Lees verder “Met de trein naar Simonstad”

De mooiste tramrit ter wereld

Een tram rijdt over de kronkelige weg omhoog naar de Kloofnek, de pas op tweehonderd meter hoogte tussen de Tafelberg en de Leeuwenkop. De stijgingspercentages van de weg liepen op tot elf procent.

Camps Bay is een van de mooiste wijken van Kaapstad, maar zijn ontwikkeling kwam pas laat op gang. Door de besloten ligging tussen de Atlantische Oceaan en de Twaalf Apostelen, de bergreeks aan de achterzijde van de Tafelberg, was de baai vroeger moeilijk bereikbaar. In 1901 veranderde dit met de opening van een tramlijn naar Sea Point. Het jaar daarop volgde een tramlijn vanuit het centrum van Kaapstad over de Kloofnek. Hierdoor ontstond een twintig kilometer lange route om de Leeuwenkop en langs de Atlantische Oceaan die door reisgidsen destijds “de mooiste tramrit ter wereld” werd genoemd.

Een tram op Victoria Road tussen Camps Bay en Sea Point.

De tramlijn naar Camps Bay werd aangelegd door de Camps Bay Tramways Company. Dit bedrijf wilde Camps Bay omtoveren tot het voornaamste vakantieoord van de Kaap. Het moedigde dagjesmensen aan de tram te nemen naar Camps Bay waar zij konden genieten van zwembaden, sportvelden, een promenade langs het strand en een paviljoen voor concerten en voorstellingen. Voor de bezoekers die hun vakantie wilden doorbrengen aan de baai waren er hotels en een camping.

Lees verder “De mooiste tramrit ter wereld”

George Hallett, fotograaf tegen de apartheid

George Hallett (1942-2020).

George Hallett was een van de grootste Zuid-Afrikaanse fotografen. Met zijn camera legde hij de recente geschiedenis van zijn land vast, van de donkere dagen van de apartheid tot de overgang naar democratie. In zijn werk richtte hij zich op het vastleggen van hoopvolle momenten ondanks de sombere thema’s die hij vaak koos. Na een lang ziekbed overleed hij op 1 juli 2020 in Kaapstad, 77 jaar oud.

Godfrey Street, District Six, Kaapstad, 1968.
Westminster Restaurant, District Six, Kaapstad, 1968.

Hallet werd op 30 december 1942 geboren in het levendige multiraciale District Six in Kaapstad, maar hij groeide op bij zijn grootouders in het vissersdorp Houtbaai. Zijn liefde voor fotografie ontstond tijdens filmvertoningen op zijn lagere school. Op zijn twintigste ging hij in Kaapstad aan de slag als freelance fotograaf. Nadat het apartheidsregime in 1966 District Six had uitgeroepen tot een wit gebied onder de Groepsgebiedewet (No. 41 van 1950), legde Hallett uitgebreid het leven in de wijk vast voordat het voorgoed voorbij was. Vanaf 1968 werden de zestigduizend bruine en zwarte inwoners verdreven naar troosteloze buurten op de zanderige Kaapse Vlakte en werd de wijk met de grond gelijk gemaakt.

Lees verder “George Hallett, fotograaf tegen de apartheid”

De brug over de Liesbeek

Voetgangersbrug over de Liesbeek door William John Burchell.

Net buiten Kaapstad schilderde William John Burchell op 9 maart 1811 deze fraaie aquarel van een voetgangersbrug over de Liesbeek. De Liesbeek ontspringt op de oostelijke helling van de Tafelberg bij de botanische tuin Kirstenbosch. Via de wijken Bishopscourt, Nuweland, Rondebosch, Rosebank en Mowbray stroomt zij naar Observatory waar zij samenvloeit met de Swartrivier. Even verderop, bij het Paardeneiland, mondt de rivier uit in de Tafelbaai.

Burchell schilderde zijn aquarel niet ver van de samenvloeiing van de Liesbeek en de Swartrivier. Samen met de twee mannen in het midden van het tafereel, die even lijken uit te rusten voordat zij hun tocht voortzetten, kijken we in de richting van Kaapstad. Links zien we de Duivelspiek met daarachter de Tafelberg. Rechts daarvan zien we de lagere Leeuwenkop en de langgerekte Seinheuvel. De bebouwing van Kaapstad is tegenwoordig opgerukt tot ver voorbij de Liesbeek, maar in 1811 was dit nog een landelijk gebied. De enige gebouwen op de aquarel zijn enkele boerderijen en een drietal molens. De molen links van de brug, aan de voet van de Duivelspiek, is Mosterts Molen uit 1796 en bestaat nog steeds.

Toen Burchell deze aquarel schilderde, waren er nauwelijks bruggen in de Kaapkolonie. Op sommige drukke routes was er een pontje, maar vaak zat er weinig anders op dan de rivieren te paard of met de ossenwagen te doorwaden. Zelden lukte het daarbij geheel droog te blijven. De houten voetgangersbrug over de Liesbeek was zodoende, ondanks zijn wat schamele voorkomen, een teken van vooruitgang.