Een zwarte Amerikaan in Transvaal

Spoorwegarbeiders op de nog onvoltooide Brinkspruitbrug tijdens de aanleg van de Delagoalijn omstreeks 1892.

Op 15 januari 1893 kreeg John Ross vijftien zweepslagen van een politieagent voor onbetamelijk gedrag. Ross was een zwarte ingenieur die voor de Nederlandsch-Zuid-Afrikaansche Spoorwegmaatschappij werkte aan de Delagoalijn tussen Pretoria en Lourenço Marques. Hij had het gewaagd fel te reageren op beledigende opmerkingen van een witte collega. In de gesegregeerde Zuid-Afrikaansche Republiek werden Afrikanen voor het minste of geringste zwaar gestraft. De politieagent wist echter niet dat Ross een Amerikaanse staatsburger was. Een diplomatieke rel tussen de Verenigde Staten en de Zuid-Afrikaansche Republiek was geboren.

Ross beklaagde zich over zijn behandeling bij het Amerikaanse consulaat in Johannesburg. De consul, een zekere William Van Ness, rapporteerde de zaak aan zijn superieuren in Washington. Van Ness maakte ook bezwaar bij de Transvaalse staatssecretaris Willem Johannes Leyds. Met steun van het U.S. Department of State eiste Ross $10.000 schadevergoeding, destijds een fortuin. Leyds, die zo snel mogelijk van de zaak verlost wilde zijn vanwege de Britse dreiging, zag in dat er niets anders op zat dan de schadevergoeding uit te keren.

Lees verder “Een zwarte Amerikaan in Transvaal”

De inauguratie van Mandela

Op 10 mei 1994 werd Nelson Mandela beëdigd als president van Zuid-Afrika door hoofdrechter Michael Corbett.

Op 10 mei 1994 begon een nieuw hoofdstuk in de Zuid-Afrikaanse geschiedenis. Nelson Mandela werd op die dag geïnaugureerd als eerste zwarte president van Zuid-Afrika. Zijn partij, het African National Congress, had tijdens de eerste multiraciale verkiezingen van april 1994 een verpletterende overwinning behaald met bijna 63 procent van de stemmen. De inauguratie vond plaats in het amfitheater van het imponerende Uniegebouw op de Meintjieskop in Pretoria, de officiële zetel van de Zuid-Afrikaanse regering sinds 1910.

Aan het begin van de ceremonie zong een koor het nieuwe nationale volkslied dat is samengesteld uit de liederen Die stem van Suid-Afrika en Nkosi sikelel’ iAfrika. De grotendeels witte militaire top salueerde. Twee matrozen, de een wit, de ander zwart, hesen de nieuwe Zuid-Afrikaanse vlag. F.W. de Klerk legde als eerste de eed af in het Afrikaans. De laatste staatspresident van het witte minderheidsregime werd daarmee vicepresident van het democratische Zuid-Afrika. Thabo Mbeki werd ook door hoofdrechter Michael Corbett beëdigd als vicepresident. Vervolgens was het de beurt aan Mandela. Met de eedaflegging kwam een einde aan zijn lange weg naar de vrijheid.

Lees verder “De inauguratie van Mandela”

Het ontstaan van Duits-Zuidwest-Afrika

Het hijsen van de Duitse vlag op 7 augustus 1884 in Angra Pequena.

Weinig wereldrijken zijn op zo’n onherbergzame plek gesticht. In Angra Pequena, een baai in het zuiden van het moderne Namibië, hadden de elementen vrij spel. Kale rotsen, verweerd door de harde wind van de Zuid-Atlantische Oceaan, domineerden het landschap. Het water in de baai was ijskoud door de Benguelastroom afkomstig van Antarctica. Achter de rotskust doemden de duinen van de Namibwoestijn op. Vanaf de vroege negentiende eeuw bezochten walvisvaarders de baai. Verder was het gebied voor handelaren alleen van belang vanwege de guano, de vruchtbare vogelpoep die op de eilanden voor de kust werd gewonnen. Dat juist op deze plek een Duitse kolonie werd gesticht kwam door het optreden van de kooplieden Adolf Lüderitz en Heinrich Vogelsang.

Adolf Lüderitz (1834-1886).

Lüderitz was de zoon van een rijke tabakshandelaar in Bremen. Na het overlijden van zijn vader in 1878 nam hij de onderneming over, maar de wereld van de Bremense tabakshandel was te klein voor de rusteloze Lüderitz. Hij kwam hij in contact met Vogelsang, ook de zoon van een tabakshandelaar uit Bremen en net als Lüderitz op zoek naar avontuur. Zij besloten hun geluk te beproeven in Zuidwest-Afrika. In rapporten hadden zij gelezen over de mogelijke aanwezigheid van koper. Zij hoopten ook diamanten en goud te vinden en wilden het land openstellen voor Duitse kolonisten. Met de brik Tilly, die was volgeladen met ruilgoederen, voer Vogelsang naar Angra Pequena. Hij arriveerde in april 1883 in de baai en zette een geprefabriceerde hut op die hij trots Fort Vogelsang noemde.

Lees verder “Het ontstaan van Duits-Zuidwest-Afrika”

De Kaapse pokkenepidemie van 1713

Khoikhoi tijdens een storm. Anonieme kunstenaar, ca. 1700, National Library of South Africa.

Op 13 februari 1713 arriveerde vanuit Batavia de retourvloot van de Verenigde Oost-Indische Compagnie onder bevel van Johannes van Steeland in de Tafelbaai. Tijdens de zeereis hadden enkele opvarenden, onder wie de kinderen van Van Steeland, de pokken gehad, maar tegen de tijd dat de Kaap werd bereikt waren zij weer hersteld. Na aankomst werd hun kleding zoals gebruikelijk naar de slavenloge aan de Heerengracht gebracht om gewassen te worden. Binnen de kortste keren was een groot deel van de slaven ziek. Tijdens de daaropvolgende zes maanden overleden bijna tweehonderd van de vijfhonderdzeventig Compagniesslaven.

Van de slaven sloeg het virus over op de VOC-dienaren, de burgers en de Khoikhoi. In mei en juni was in bijna alle huishoudens in Kaapstad iemand ziek of overleden. Mensen waagden zich niet meer buiten. Zelfs de kinderen speelden niet meer in de straten van de stad. De wanhoop was zo groot dat slaven het grote bedrag van een rijksdaalder per dag kregen om op de zieken te passen. Al snel werden de overledenen zonder kist begraven omdat er te weinig hout was. Ongeveer een kwart van de tweeduizend burgers in de kolonie stierf aan het virus.

Lees verder “De Kaapse pokkenepidemie van 1713”

De gevangen gouverneur van Rhodesië

Sir Humphrey Gibbs in vol ornaat.

Elke ochtend hees Sir Humphrey Gibbs de Union Jack in de tuin van Government House en elke avond stak hij zich in een smoking en bracht voor het diner een dronk uit op koningin Elizabeth. Gibbs was van 1959 tot 1969 gouverneur van de Britse kolonie Rhodesië. Hij deed alsof er niets aan de hand was, maar de laatste vier jaar van zijn gouverneurschap was hij een gevangene in zijn ambtswoning.

Gibbs werd in 1902 geboren in Londen. Hij kwam uit een vooraanstaande familie van bankiers. Na zijn schooljaren op Eton en zijn studie landbouw aan de Universiteit van Cambridge kocht hij in 1928 een boerderij in de buurt van Bulawayo in Zuid-Rhodesië, het huidige Zimbabwe. Zes jaar later trouwde hij met de Zuid-Afrikaanse Molly Wilson. Als diepgelovige anglicaan wilde hij zijn gemeenschap dienen. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd hij politiek actief. In 1948 werd hij verkozen tot lid van de wetgevende vergadering van de kolonie. Na één termijn stelde hij zich niet herkiesbaar. De plichtsgetrouwe Gibbs werd in 1959 als eerste Rhodesiër benoemd tot gouverneur.

Lees verder “De gevangen gouverneur van Rhodesië”

Het oudste lied in het Afrikaans

De Slag om Muizenberg door Johan Christiaan Friderici.

We blijven nog even bij de opstandige burgers van Swellendam. Zoals ik de vorige keer schreef, hadden zij in juni 1795 hun landdrost afgezet en het bewind van de VOC afgeschud. Desalniettemin besloten zij het VOC-bestuur te helpen bij de verdediging van de Kaap tegen een Britse invasiemacht. Getooid met revolutionaire rood-wit-blauwe kokardes trokken 168 bereden Swellendammers onder aanvoering van hun nationale commandant Petrus Jacobus Delport naar Kaapstad. Op 26 juli kwamen zij aan bij Kasteel de Goede Hoop. Een kleine twee weken later stonden zij voor het eerst tegenover de Britten tijdens de Slag om Muizenberg, die eindigde in een Nederlandse nederlaag. Over het optreden van de Swellendammers gaat het spottende Lied ter eere van de Swellendamsche en diverse andere helden bij de bloedige actie aan Muisenburg in dato 7 Aug. 1795.

De anonieme dichter was klaarblijkelijk een aanhanger van de Oranjegezinde VOC-bestuurders in Kaapstad. Hij zwijgt in het lied over hun halfslachtige pogingen de Kaap te verdedigen, maar steekt de draak met de te hulp schietende Swellendammers en hun nationale commandant Delport. De Swellendammers ondervinden in het lied dat de Britten niet zo gemakkelijk uitgeschakeld konden worden als ‘een groote vette bonte bok’ en de Britse kanonnen bleken van andere orde dan de ‘Assegaay of Pijl’ van de Xhosa en de San. Bij de eerste schoten kozen de Swellendamse helden volgens de dichter het hazenpad om terug te keren naar hun boerderijen waar geen bommen op hun kop vielen.

Lees verder “Het oudste lied in het Afrikaans”

Hermanus Steyn en de Opstand van Swellendam

Portret van Hermanus Steyn door J. Coenraad, 1784, Drostdy Museum.

In juni 1795 kwamen de burgers van het district Swellendam in opstand tegen het bestuur van de Verenigde Oost-Indische Compagnie. Zij verklaarden zich onafhankelijk van het Kaapse bestuur en kozen Hermanus Steyn tot hun leider. Hij wordt daarom weleens gezien als de eerste president van een onafhankelijke republiek in Zuid-Afrika, maar was hij dat echt?

Gedurende de achttiende eeuw was de Kaapkolonie uitgegroeid tot een gebied ter grootte van Italië. Veehoudende burgers, bekend als trekboeren, hadden zich op zoek naar weidegrond voor hun kuddes diep in het binnenland van de Kaap gevestigd. De Khoikhoi waren gedecimeerd door Europese ziektes en geweld en vormden nauwelijks een belemmering voor de trekboeren. De burgers in de meest oostelijke gebieden van de kolonie waren rond 1795 een wekenlange reis verwijderd van Kaapstad. Zij leefden buitengewoon geïsoleerd.

Lees verder “Hermanus Steyn en de Opstand van Swellendam”

De giraffe van Willem V

De giraffe van Willem V was in 2017 even terug in Nederland voor de tentoonstelling “Goede Hoop; Zuid-Afrika en Nederland vanaf 1600” in het Rijksmuseum.

Op 7 oktober 2020 adviseerde de Raad voor Cultuur aan Ingrid van Engelshoven, de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, dat Nederland al het koloniale erfgoed moet teruggeven aan de herkomstlanden, als redelijk zeker kan worden aangetoond dat die landen de stukken onvrijwillig zijn kwijtgeraakt. Dit soort richtlijnen zouden niet alleen voor gestolen erfgoed uit voormalige koloniën moeten gelden, maar voor al het gestolen erfgoed, ook voor de giraffe van stadhouder Willem V van Oranje-Nassau.

Giraffe met links een Khoikhoi door Robert Jacob Gordon, Rijksmuseum.

In de jaren zeventig en tachtig van de achttiende eeuw maakte Robert Jacob Gordon, een Nederlandse ontdekkingsreiziger, militair, natuurwetenschapper en tekenaar van Schotse komaf, een vijftal reizen door de Kaapkolonie en daarbuiten. Hij bracht de gebieden die hij bezocht in kaart en hij beschreef en tekende de planten en dieren die hij tegenkwam. Over zijn bevindingen correspondeerde hij met wetenschappers in Europa. Op 27 juni 1779 begon hij aan zijn vierde reis. Hij hoopte onder meer giraffen, die in Europa vrijwel onbekend waren, te vinden. Hij wilde het dier niet alleen beschrijven en tekenen voor de wetenschap, maar hij wilde ook een skelet en een geprepareerde huid aan zijn beschermheer Willem V schenken voor diens vermaarde naturaliënkabinet.

Lees verder “De giraffe van Willem V”

Sir John Truter

Sir John Truter in toga.

Zuid-Afrika wordt geplaagd door corruptie. Politici en ambtenaren maken op grote schaal misbruik van hun positie. Begin negentiende eeuw was dit niet heel anders, zo laat het optreden van Sir John Truter zien.

John Truter werd op 11 oktober 1763 geboren in Kaapstad als Johannes Andreas Truter. Hij studeerde rechten in Leiden, zoals het hoorde. Na het behalen van de meestertitel in 1787 keerde hij terug naar de Kaap. Hij vervulde bestuurlijke functies onder de VOC en tijdens het bewind van de Bataafse Republiek. In 1806, terwijl Britse troepen Kaapstad naderden, was hij betrokken bij de plundering van de Bataafse staatskas. Na de overgave van de kolonie bracht een van Truters slavinnen de Britten hiervan op de hoogte en moesten Truter en zijn medestanders het gestolen bedrag terugbetalen. Truter ging vervolgens aan de slag als zelfstandig advocaat. In 1809 trad hij weer in overheidsdienst als fiscaal, een soort officier van justitie. Het hoogtepunt van zijn carrière volgde drie jaar later toen de Britten hem benoemden tot de eerste hoofdrechter van de Kaapkolonie.

Lees verder “Sir John Truter”

De Zeven Provinciën in de Unie van Zuid-Afrika

De Zeven Provinciën in de Tafelbaai met de Duivelspiek op de achtergrond.

Op 8 januari 1911 arriveerde het gloednieuwe Nederlandse pantserschip De Zeven Provinciën in de Tafelbaai. Het schip week af van de gebruikelijke route naar Nederlands-Indië door het Suezkanaal om de Nederlandse regering te vertegenwoordigen bij de opening van het parlement van de nieuwe Unie van Zuid-Afrika. De unie was ontstaan op 31 mei 1910 door de samenvoeging van de vier Britse koloniën Kaapkolonie, Natal, Oranjerivierkolonie en Transvaal. De Zeven Provinciën kwam echter twee maanden te laat voor de opening van het parlement op 4 november 1910 vanwege de lange tijd die nodig was geweest om het schip gereed te maken voor zijn eerste verre zeereis.

De Zeven Provinciën aangemeerd in het Victoria Basin in de haven van Kaapstad.

Het bezoek van De Zeven Provinciën aan Zuid-Afrika was er niet minder feestelijk om. Het was lang geleden dat een schip van de Koninklijke Marine de voormalige Nederlandse kolonie had bezocht. De komst van kapitein-ter-zee Fritz Bauduin en zijn mannen werd daarom uitbundig gevierd, met name door de Nederlandse gemeenschap in Zuid-Afrika en Afrikaners die hun oude moederland een warm hart toedroegen.

Lees verder “De Zeven Provinciën in de Unie van Zuid-Afrika”