City Hall, Cape Town 1917

City Hall, Cape Town 1917, Robert Gwelo Goodman, South African National Gallery.

Robert Gwelo Goodman (1871-1939) was een van de grootste Zuid-Afrikaanse schilders. Hij behoorde tot de zogeheten Kaapse impressionisten die begin twintigste eeuw werkzaam waren in Kaapstad. Zijn stijl toont invloeden van het Franse impressionisme en pointillisme, maar het ging hem meer om de weergave van het onderwerp dan om het vastleggen van het licht en de atmosfeer van het moment. Hij schilderde voornamelijk stadsgezichten, historische gebouwen, interieurs, landschappen en bloemen.

Goodman maakte dit schilderij in 1917. Het is misschien wel zijn beste werk. Op de voorgrond zien we de Grand Parade en het stadhuis van Kaapstad met daarachter de Duivelspiek en de Tafelberg. Hij schilderde het stadsgezicht ter plekke in een kamer in het voormalige operagebouw waar nu het hoofdpostkantoor staat. De Grand Parade was het voornaamste plein van de stad. Het edwardiaanse stadhuis aan de zuidzijde werd voltooid in 1905. Het statige gebouw was een trots symbool van de Britse macht in Zuid-Afrika. De Union Jack wapperde fier op het fronton. Het stadhuis kreeg internationale bekendheid toen Nelson Mandela op 11 februari 1990, slechts enkele uren na zijn vrijlating uit de gevangenis, op het bordes zijn eerste publieke toespraak hield.

De vogels van Groot-Zimbabwe

Een van de acht vogels in de ruïnes van Groot-Zimbabwe. In februari 2020 werden de vogels vanuit een nabijgelegen museum tijdelijk overgebracht naar hun oorspronkelijke locatie voor een fotosessie.

De ruïnes van Groot-Zimbabwe in de heuvels van het zuidoosten van Zimbabwe behoren tot de indrukwekkendste archeologische monumenten van Afrika bezuiden de Sahara. De oude stad is vooral bekend vanwege haar massieve, schitterend gebouwde muren, maar er zijn ook uiteenlopende kunstvoorwerpen gevonden. Met name de acht gebeeldhouwde vogels van zeepsteen op lange sokkels spreken tot de verbeelding.

De Portugezen waren in de zestiende eeuw de eerste Europeanen die hoorden over Groot-Zimbabwe, maar de stad werd pas in 1867 teruggevonden door de Duitser Adam Render tijdens een jachttocht. Na hem werd het gebied onderzocht door archeologen die niet altijd gemakkelijk te onderscheiden waren van plunderaars. Een van de zeepstenen vogels werd in 1889 verkocht aan de Britse imperialist Cecil John Rhodes die hem opstelde in zijn landhuis Groote Schuur in Kaapstad. Later werden nog vier vogels overgebracht naar het South African Museum in Kaapstad. De sokkel van een andere vogel kwam terecht in het Museum für Völkerkunde in Berlijn. Slechts twee vogels bleven achter in Groot-Zimbabwe.

Lees verder “De vogels van Groot-Zimbabwe”

Een Kaapse laan

Een Kaapse laan, Jacobus Hendrik Pierneef, 1929. Olieverf op hout, 54 x 66 cm.

Jacobus Hendrik Pierneef geldt als een van de grootste Zuid-Afrikaanse schilders van de twintigste eeuw. Hij schilderde dit gezicht op een Kaapse laan in 1929. Waarschijnlijk is het Church Street in Worcester met in de verte de Nederduits Gereformeerde kerk. De situatie komt overeen, maar Pierneef heeft zich enige artistieke vrijheden veroorloofd. Zo heeft de kerk in werkelijkheid een hogere toren en een dwarsbeuk.

Pierneef streefde ernaar de werkelijkheid met platte vlakken, lijnen en kleuren tot haar essentie terug te brengen. In dit schilderij heeft hij het bijzondere licht van een Kaapse zomermiddag vastgelegd. De warmte in de verlaten laan is bijna voelbaar. Pierneefs oog voor de schoonheid van de Kaaps-Hollandse architectuur komt terug in zijn prachtige weergave van het spel van licht en schaduw op de ruwe, witgepleisterde muren.

Wilhelm Langschmidt

Long Street, 1845.

Wilhelm Langschmidt is tegenwoordig vrijwel vergeten, maar halverwege de negentiende eeuw schilderde hij twee stadsgezichten die tot de fraaiste behoren die ooit van Kaapstad zijn gemaakt.

Wilhelm Heinrich Franz Ludwig Langschmidt werd op 10 januari 1805 geboren in het Mecklenburgse stadje Grabow. Hij was de zoon van een rijke koopman en was voorbestemd zijn vader op te volgen. Hij ging in de leer als koopman in Lübeck, maar vanwege zijn artistieke talenten wilde hij liever schilder worden. Hij diende enkele verzoeken in bij groothertog Frederik Frans van Mecklenburg-Schwerin voor ondersteuning in zijn opleiding tot schilder, maar die werden allemaal afgewezen. In 1839 besloot Langschmidt daarom zijn geluk elders te beproeven en hij vertrok naar Kaapstad. Alvorens hij zich inscheepte, trouwde hij met de achttien jaar jongere Dorothea Ahrens.

In Kaapstad vestigde hij zich in Long Street als portretschilder. Hij was daarnaast werkzaam als tekenleraar en lithograaf. De nauwkeurige stadsgezichten van Long Street en St George’s Street in Kaapstad, die deel uitmaken van de William Fehr Collection in Kasteel de Goede Hoop, vormen het hoogtepunt van zijn kleine oeuvre. In 1856 vestigde hij zich op de boerderij Grietjesgat aan de Palmietrivier in de Overberg. Rond de boerderij ontstond een nederzetting die snel groeide, niet in de laatste plaats omdat de Langschmidts drieëntwintig kinderen hadden. Langschmidt noemde het dorp Grabouw, naar zijn Mecklenburgse geboorteplaats. Op 5 oktober 1866 overleed hij op 61-jarige leeftijd.

Lees verder “Wilhelm Langschmidt”

De brug over de Liesbeek

Voetgangersbrug over de Liesbeek, William John Burchell, 1811.

Net buiten Kaapstad schilderde William John Burchell op 9 maart 1811 deze fraaie aquarel van een voetgangersbrug over de Liesbeek. De Liesbeek ontspringt op de oostelijke helling van de Tafelberg bij de botanische tuin Kirstenbosch. Via de wijken Bishopscourt, Nuweland, Rondebosch, Rosebank en Mowbray stroomt zij naar Observatory waar zij samenvloeit met de Swartrivier. Even verderop, bij het Paardeneiland, mondt de rivier uit in de Tafelbaai.

Burchell schilderde zijn aquarel niet ver van de samenvloeiing van de Liesbeek en de Swartrivier. Samen met de twee mannen in het midden van het tafereel, die even lijken uit te rusten voordat zij hun tocht voortzetten, kijken we in de richting van Kaapstad. Links zien we de Duivelspiek met daarachter de Tafelberg. Rechts daarvan zien we de lagere Leeuwenkop en de langgerekte Seinheuvel. De bebouwing van Kaapstad is tegenwoordig opgerukt tot ver voorbij de Liesbeek, maar in 1811 was dit nog een landelijk gebied. De enige gebouwen op de aquarel zijn enkele boerderijen en een drietal molens.

Toen Burchell deze aquarel schilderde, waren er nauwelijks bruggen in de Kaapkolonie. Op sommige drukke routes was er een pontje, maar vaak zat er weinig anders op dan de rivieren te paard of met de ossenwagen te doorwaden. Zelden lukte het daarbij geheel droog te blijven. De houten voetgangersbrug over de Liesbeek was zodoende, ondanks zijn wat schamele voorkomen, een teken van vooruitgang.