Een nieuw parlement voor Zuid-Rhodesië

Het ontwerp van Ernest Berry Webber voor een nieuw parlement van Zuid-Rhodesië.

Midden in Harare, op de hoek van Nelson Mandela Avenue en Third Street, staat het parlement van Zimbabwe. Het werd oorspronkelijk gebouwd in 1895 als een hotel toen Harare nog Salisbury heette. In 1899, na het faillissement van de eigenaren, nam de wetgevende raad van Zuid-Rhodesië er zijn intrek. Daarna werd het gebouw meermalen verbouwd en uitgebreid, maar het bleef een weinig indrukwekkend geheel. Dit was de regering van Zuid-Rhodesië, dat in 1923 zelfbestuur had gekregen, een doorn in het oog. In de jaren dertig schreef zij daarom een ontwerpprijsvraag uit voor een nieuw parlement aan Jameson Avenue (nu Samora Machel Avenue). De voorkeur ging uit naar een symmetrisch gebouw in klassieke stijl met een centrale toren of koepel.

Uit tientallen inzendingen uit het Verenigd Koninkrijk en een tweetal uit Zuid-Afrika werd in 1936 het ontwerp van de Engelse architect Ernest Berry Webber als winnaar gekozen. Hij ontwierp een klassiek gebouw met aan weerszijden van de centrale lobby de zalen van de wetgevende vergadering en de toekomstige senaat. Boven de centrale lobby ontwierp hij een 44 meter hoge toren. Helaas is het prachtige parlement van Webber nooit gebouwd, vermoedelijk vanwege de oorlogsdreiging aan het eind van de jaren dertig.

Lees verder “Een nieuw parlement voor Zuid-Rhodesië”

De gevangen gouverneur van Rhodesië

Sir Humphrey Gibbs in vol ornaat.

Elke ochtend hees Sir Humphrey Gibbs de Union Jack in de tuin van Government House en elke avond stak hij zich in een smoking en bracht voor het diner een dronk uit op koningin Elizabeth. Gibbs was van 1959 tot 1969 gouverneur van de Britse kolonie Rhodesië. Hij deed alsof er niets aan de hand was, maar de laatste vier jaar van zijn gouverneurschap was hij een gevangene in zijn ambtswoning.

Gibbs werd in 1902 geboren in Londen. Hij kwam uit een vooraanstaande familie van bankiers. Na zijn schooljaren op Eton en zijn studie landbouw aan de Universiteit van Cambridge kocht hij in 1928 een boerderij in de buurt van Bulawayo in Zuid-Rhodesië, het huidige Zimbabwe. Zes jaar later trouwde hij met de Zuid-Afrikaanse Molly Wilson. Als diepgelovige anglicaan wilde hij zijn gemeenschap dienen. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd hij politiek actief. In 1948 werd hij verkozen tot lid van de wetgevende vergadering van de kolonie. Na één termijn stelde hij zich niet herkiesbaar. De plichtsgetrouwe Gibbs werd in 1959 als eerste Rhodesiër benoemd tot gouverneur.

Lees verder “De gevangen gouverneur van Rhodesië”

De hoogste wolkenkrabber van Afrika

De Leonardo in Sandton is de hoogste wolkenkrabber van Afrika.

In de Johannesburgse buitenwijk Sandton staat sinds kort de hoogste wolkenkrabber van Afrika. De 234 meter hoge Leonardo opende in maart 2020 zijn deuren. De bouw had ruim vier jaar geduurd. Het grootste deel van de 55 verdiepingen is bestemd voor appartementen, een hotel en kantoren. Verder zijn in het gebouw een restaurant, een sportschool, een zwembad, een spa, een crèche en een conferentiecentrum gevestigd. De Leonardo is elf meter hoger dan het Carlton Centre in het centrum van Johannesburg dat 45 jaar lang alle gebouwen van het continent naar de kroon stak.

Het is tekenend voor het verval van het centrum van Johannesburg dat het hoogste gebouw van de stad nu in Sandton staat. Sandton is het nieuwe financiële centrum van Johannesburg. Het staat bekend als de rijkste vierkante mijl van Afrika. Tot in de jaren zeventig was het een rustige buitenwijk met vrijstaande huizen en veel groen. De opening van het winkelcentrum Sandton City in 1973 bracht hier verandering, maar de wijk kwam echt tot bloei door de neergang van het tien kilometer zuidelijker gelegen centrum van Johannesburg in de jaren negentig, na de afschaffing van de apartheid. Bijna alle grote bedrijven verhuisden van het vervallen centrum, dat een brandhaard werd van criminaliteit, naar Sandton. Met de voltooiing van de Leonardo is Sandton het oude centrum nog meer gaan overschaduwen.

De Leonardo in Sandton. Links in de verte de skyline van het centrum van Johannesburg.

Het oudste lied in het Afrikaans

De Slag om Muizenberg door Johan Christiaan Friderici.

We blijven nog even bij de opstandige burgers van Swellendam. Zoals ik de vorige keer schreef, hadden zij in juni 1795 hun landdrost afgezet en het bewind van de VOC afgeschud. Desalniettemin besloten zij het VOC-bestuur te helpen bij de verdediging van de Kaap tegen een Britse invasiemacht. Getooid met revolutionaire rood-wit-blauwe kokardes trokken 168 bereden Swellendammers onder aanvoering van hun nationale commandant Petrus Jacobus Delport naar Kaapstad. Op 26 juli kwamen zij aan bij Kasteel de Goede Hoop. Een kleine twee weken later stonden zij voor het eerst tegenover de Britten tijdens de Slag om Muizenberg, die eindigde in een Nederlandse nederlaag. Over het optreden van de Swellendammers gaat het spottende Lied ter eere van de Swellendamsche en diverse andere helden bij de bloedige actie aan Muisenburg in dato 7 Aug. 1795.

De anonieme dichter was klaarblijkelijk een aanhanger van de Oranjegezinde VOC-bestuurders in Kaapstad. Hij zwijgt in het lied over hun halfslachtige pogingen de Kaap te verdedigen, maar steekt de draak met de te hulp schietende Swellendammers en hun nationale commandant Delport. De Swellendammers ondervinden in het lied dat de Britten niet zo gemakkelijk uitgeschakeld konden worden als ‘een groote vette bonte bok’ en de Britse kanonnen bleken van andere orde dan de ‘Assegaay of Pijl’ van de Xhosa en de San. Bij de eerste schoten kozen de Swellendamse helden volgens de dichter het hazenpad om terug te keren naar hun boerderijen waar geen bommen op hun kop vielen.

Lees verder “Het oudste lied in het Afrikaans”

Hermanus Steyn en de Opstand van Swellendam

Portret van Hermanus Steyn door J. Coenraad, 1784, Drostdy Museum.

In juni 1795 kwamen de burgers van het district Swellendam in opstand tegen het bestuur van de Verenigde Oost-Indische Compagnie. Zij verklaarden zich onafhankelijk van het Kaapse bestuur en kozen Hermanus Steyn tot hun leider. Hij wordt daarom weleens gezien als de eerste president van een onafhankelijke republiek in Zuid-Afrika, maar was hij dat echt?

Gedurende de achttiende eeuw was de Kaapkolonie uitgegroeid tot een gebied ter grootte van Italië. Veehoudende burgers, bekend als trekboeren, hadden zich op zoek naar weidegrond voor hun kuddes diep in het binnenland van de Kaap gevestigd. De Khoikhoi waren gedecimeerd door Europese ziektes en geweld en vormden nauwelijks een belemmering voor de trekboeren. De burgers in de meest oostelijke gebieden van de kolonie waren rond 1795 een wekenlange reis verwijderd van Kaapstad. Zij leefden buitengewoon geïsoleerd.

Lees verder “Hermanus Steyn en de Opstand van Swellendam”

Het stadhuis van Durban

Het stadhuis van Durban met op de voorgrond het monument voor de Durbanse vrijwilligers die sneuvelden tijdens de Boerenoorlog.

Aan de oostzijde van Francis Farewell Square, op de plek waar de handelspost Port Natal in 1824 werd gesticht, staat het Stadhuis van Durban. Het statige gebouw is met zijn 48 meter hoge koepel een prachtig voorbeeld van de edwardiaanse barok.

Durban werd in 1835 vernoemd naar Sir Benjamin D’Urban, de gouverneur van de Kaapkolonie. Eind negentiende eeuw groeide de stad uit tot een van de belangrijkste havensteden van zuidelijk Afrika. Bij deze status hoorde een imposant stadhuis. In 1903 schreef het stadsbestuur van Durban een prijsvraag uit voor het ontwerp van een nieuw stadhuis, nog geen twintig jaar na de voltooiing van het oude stadhuis aan de noordzijde van Francis Farewell Square. De architecten Frank Scott, Herbert Woolocott en Stanley Hudson uit Johannesburg wonnen de prijsvraag. Zij hadden zich laten inspireren door het stadhuis van het Ierse Belfast. In 1905 werd begonnen met de bouw. Vijf jaar later, op 12 april 1910, opende Lord Methuen, de gouverneur van Natal, het gebouw.

Lees verder “Het stadhuis van Durban”

Een huis in Oranjezicht

Eind negentiende eeuw vond een herleving plaats van de Kaaps-Hollandse architectuur. De neo-Kaaps-Hollandse stijl greep terug op de kenmerkende gevels en andere decoratieve elementen van de oorspronkelijke stijl en paste die op een eigentijdse manier toe. Tot aan de Tweede Wereldoorlog was de bouwstijl bijzonder populair in Zuid-Afrika. Niet alleen overheidsgebouwen, treinstations en kerken werden voorzien van Kaaps-Hollandse gevels, maar ook particuliere woningen, zoals dit prachtige huis in Kaapstad dat recentelijk te koop stond voor R10.500.000 (ongeveer €540.000). Het staat op de hoek van Alexandra Avenue en Upper Orange Street in Oranjezicht, een van de mooiste wijken van de stad. Met zijn holbolgevels, schuiframen met luiken en witgepleisterde muren is het een schoolvoorbeeld van de neo-Kaaps-Hollandse stijl.

Lees verder “Een huis in Oranjezicht”

Het standbeeld van Jan van Riebeeck

Jan van Riebeeck krijgt een wasbeurt, ca. 1920.

Toen de bovenstaande foto werd genomen stond het standbeeld van Jan van Riebeeck er al zo’n twintig jaar. De Brit Cecil John Rhodes schonk het standbeeld van de stichter van de Kaapkolonie aan Kaapstad. Hij betaalde de Schotse beeldhouwer John Tweed het grote bedrag van duizend pond voor het beeld. Rhodes koos voor een locatie aan het begin van Adderley Street, vlak bij de kustlijn. Van Riebeeck zou daar in 1652 voor het eerst voet aan wal hebben gezet.

Op 18 mei 1899 vond de onthulling plaats door burgemeester Thomas Ball. Rhodes was zelf niet aanwezig bij de festiviteiten in verband met een zakenreis naar Engeland. Een toeschouwer, zo lezen we in het boek Van Riebeeck tussen wal en schip van Willem-Pieter van Ledden, verklaarde gekscherend over de bruine kleur van het bronzen beeld: “Maar raai, ek het altyd gedenk, ou Van Riebeeck was ’n wit man, en nou siin ek hy was ’n kleurling nes ons.”

Bij het standbeeld werden op initiatief van het Algemeen-Nederlands Verbond vanaf 1921 herdenking gehouden op 6 april, de dag van Van Riebeecks aankomst in de Kaap. Van 1952 tot 1994 was Van Riebeeckdag, ook bekend als Stigtingsdag, zelfs een officiële feestdag in Zuid-Afrika. In 1994 vond de laatste herdenking plaats bij het standbeeld. Tijdens de protesten van de laatste jaren tegen monumenten uit de tijd van kolonialisme en apartheid is het standbeeld een mikpunt van kritiek geworden. Het is de vraag voor hoelang Van Riebeeck nog vanaf zijn sokkel van Kaaps graniet blijft uitkijken over de stad die hij heeft gesticht.

De vogels van Groot-Zimbabwe

Een van de acht vogels in de ruïnes van Groot-Zimbabwe. In februari 2020 werden de vogels vanuit een nabijgelegen museum tijdelijk overgebracht naar hun oorspronkelijke locatie voor een fotosessie.

De ruïnes van Groot-Zimbabwe in de heuvels van het zuidoosten van Zimbabwe behoren tot de indrukwekkendste archeologische monumenten van Afrika bezuiden de Sahara. De oude stad is vooral bekend vanwege haar massieve, schitterend gebouwde muren, maar er zijn ook uiteenlopende kunstvoorwerpen gevonden. Met name de acht gebeeldhouwde vogels van zeepsteen op lange sokkels spreken tot de verbeelding.

De Portugezen waren in de zestiende eeuw de eerste Europeanen die hoorden over Groot-Zimbabwe, maar de stad werd pas in 1867 teruggevonden door de Duitser Adam Render tijdens een jachttocht. Na hem werd het gebied onderzocht door archeologen die niet altijd gemakkelijk te onderscheiden waren van plunderaars. Een van de zeepstenen vogels werd in 1889 verkocht aan de Britse imperialist Cecil John Rhodes die hem opstelde in zijn landhuis Groote Schuur in Kaapstad. Later werden nog vier vogels overgebracht naar het South African Museum in Kaapstad. De sokkel van een andere vogel kwam terecht in het Museum für Völkerkunde in Berlijn. Slechts twee vogels bleven achter in Groot-Zimbabwe.

Lees verder “De vogels van Groot-Zimbabwe”

Een Kaapse laan

Een Kaapse laan door Jacobus Hendrik Pierneef, 1929. Olieverf op hout, 54 x 66 cm.

Jacobus Hendrik Pierneef geldt als een van de grootste Zuid-Afrikaanse schilders van de twintigste eeuw. Hij schilderde dit gezicht op een Kaapse laan in 1929. Waarschijnlijk is het Church Street in Worcester met in de verte de Nederduits Gereformeerde kerk. De situatie komt overeen, maar Pierneef heeft zich enige artistieke vrijheden veroorloofd. Zo heeft de kerk in werkelijkheid een hogere toren en een dwarsbeuk.

Pierneef streefde ernaar de werkelijkheid met platte vlakken, lijnen en kleuren tot haar essentie terug te brengen. In dit schilderij heeft hij het bijzondere licht van een Kaapse zomermiddag vastgelegd. De warmte in de verlaten laan is bijna voelbaar. Pierneefs oog voor de schoonheid van de Kaaps-Hollandse architectuur komt terug in zijn prachtige weergave van het spel van licht en schaduw op de witgepleisterde muren.