Virusbestrijding aan de Kaap in 1755

Plattegrond van Kaapstad, Carl David Wentzel, 1760, Nationaal Archief, 4.VEL 837.

Na de verwoestende pokkenepidemie van 1713 bleef de Kaap lange tijd gevrijwaard van grootschalige uitbraken van besmettelijke ziekten. In 1755 was het echter opnieuw raak. Met een van de retourschepen van de VOC werden de pokken in april meegebracht van Ceylon. De slaven van de burger Jan de Waal, die in de buurt van het strand werkten, raakten als eersten besmet. Aangezien de meeste slaven in de huizen van hun eigenaars woonden, sloeg het virus binnen de kortste keren over op de burgerbevolking. Halverwege mei had het virus zich over de hele stad verspreid. De ziekte dook vervolgens ook op in binnenland van de kolonie.

Lees verder “Virusbestrijding aan de Kaap in 1755”

De Cederberg, het land van de rooibos

Rooibosplanten in de Cederberg. De blaadjes krijgen hun kenmerkende rode kleur pas tijdens het fermentatieproces.

Rooibos heeft sinds kort dezelfde status als champagne, feta en Noord-Hollandse Gouda. De Europese Unie heeft rooibos erkend als beschermde oorsprongsbenaming (BOB). In de EU mag rooibos voortaan alleen worden verkocht als die is geproduceerd in bepaalde delen van de West-Kaap en de Noord-Kaap. Op 23 augustus 2021 overhandigde Riina Kionka, de ambassadeur van de EU in Zuid-Afrika, het certificaat ter erkenning van rooibos als BOB aan Martin Bergh, de directeur van Rooibos Limited, in aanwezigheid van de West-Kaapse premier Alan Winde. De ceremonie vond toepasselijk plaats op de Ysterfontein Guest Farm in de Cederberg, het hart van het natuurlijke groeigebied van de rooibosplant.

Lees verder “De Cederberg, het land van de rooibos”

Albrecht Herport, een Zwitserse soldaat aan de Kaap

Gezicht op de Kaap uit “Eine kurtze Ost-Indianische Reiß-Beschreibung” van Albrecht Herport.

De Verenigde Oost-Indische Compagnie was een van de grootste werkgevers in de Republiek. Het bedrijf had duizenden mensen in dienst in Nederland en de overzeese bezittingen. Die mensen kwamen niet allemaal uit Nederland. Ongeveer de helft van het personeel kwam uit het buitenland. Met name het Duitstalige gebied leverde veel VOC-dienaren. Een van hen was Albrecht Herport (1641-1730) uit het Zwitserse Bern. In het boek Eine Kurtze Ost-Indianische Reiß-Beschreibung, uitgegeven in 1669 in Bern, schreef hij over zijn tijd bij de VOC.

Lees verder “Albrecht Herport, een Zwitserse soldaat aan de Kaap”

Het London Hotel in Kaapstad

Het London Hotel, anonieme kunstenaar, ca. 1850, William Fehr Collection.

In de jaren tachtig van de achttiende eeuw raakte neoclassicistische architectuur in zwang in Kaapstad. De frivole krullen van de barok en de rococo maakten plaats voor pilasters en strakke kroonlijsten. In deze overgangsperiode ontstonden ook de zogeheten dakkamers. Dit waren kamers die boven op de platte daken van stadswoningen werden gebouwd. Er wordt wel beweerd dat ze dienden als uitzichtpunt om de komst van schepen in de baai waar te nemen, maar lang niet alle dakkamers waren op de zee gericht. In totaal werden er een stuk of twaalf huizen gebouwd met een dakkamer. Tegenwoordig zijn er nog twee huizen met een dakkamer: het Martin Melckhuis en het gereconstrueerde Rozenhof. Een van de mooiste verdwenen dakkamerhuizen was het London Hotel aan de Langmarkstraat, vlak bij het Groentemarkplein.

Lees verder “Het London Hotel in Kaapstad”

Lady Sale en de terugtocht van de Britten uit Kabul

Portret van Lady Sale in gevangenschap, naar een tekening van Vincent Eyre, 1843, British Museum.

Op de begraafplaats van Maitland, een kleine tien kilometer ten oosten van het centrum van Kaapstad, ligt Lady Florentia Sale begraven. Haar grafmonument bestaat uit een obelisk op een rechthoekige sokkel die is versierd met een lauwerkrans. Op een steen in de sokkel staat dat haar heldhaftigheid, haar standvastigheid en haar geduld onder moeilijke omstandigheden deel uitmaken van het verhaal van haar land. Het is een fraai grafmonument, maar het bijzonderste is dat Lady Sale überhaupt hier ligt en niet, zoals veel van haar landgenoten, in de bergen tussen Kabul en Jalalabad.

Lees verder “Lady Sale en de terugtocht van de Britten uit Kabul”

Gerrit van Harn, Commandeur aan Cabo de boa Esperance

De kaarsenkroon van Gerrit van Harn in de Grote Kerk in Culemborg.

In de zeventiende eeuw namen opvallend veel Culemborgers dienst bij de VOC. De bekendsten zijn ongetwijfeld Antonio van Diemen, gouverneur-generaal van Nederlands-Indië van 1636 tot 1645, en Jan van Riebeeck, die in 1652 de Kaapkolonie stichtte. Minder bekend is Gerrit van Harn, de beoogde opvolger van Van Riebeeck als commandeur van de VOC-vestiging aan de Kaap.

Lees verder “Gerrit van Harn, Commandeur aan Cabo de boa Esperance”

Vijfhonderd jaar nieuwe plaatsnamen in Zuid-Afrika

Oude en nieuwe straatnamen in Pretoria.

Het was een bijzonder moment voor Robert Jacob Gordon. Op 17 augustus 1779 arriveerde de Nederlandse ontdekkingsreiziger en militair van Schotse komaf bij de monding van de Gariep. Een kleine twee maanden eerder waren hij en zijn metgezellen met twee ossenwagens uit Kaapstad vertrokken. Op een van de wagens hadden zij een boot meegevoerd die zij nu ter water lieten in de machtige rivier. Zij hesen de Nederlandse vlag en dronken op de gezondheid van stadhouder Willem V van Oranje-Nassau. Ter ere van de prins doopte Gordon de grootste rivier van Zuid-Afrika tot Oranjerivier.

Lees verder “Vijfhonderd jaar nieuwe plaatsnamen in Zuid-Afrika”

District Six door de lens van Harold Scheub

Richmond Street in de richting van de Tafelbaai.

Pal ten oosten van het centrum van Kaapstad lag ooit het bruisende District Six. De wijk ontstond in de eerste helft van de negentiende eeuw. Aanvankelijk woonden er vooral bevrijde slaven. In de loop der jaren ontwikkelde het gebied zich tot een dichtbevolkte volkswijk. De meeste inwoners waren kleurlingen, maar in de raciaal gemengde wijk woonden ook zwarte, witte en Indiase Zuid-Afrikanen. Veel inwoners werkten in het centrum of in de nabijgelegen haven.

Lees verder “District Six door de lens van Harold Scheub”

Kaapse leeuwen voor de Japanse keizer

Leeuwenjacht aan de Kaap, Wouter Schouten, ca. 1660, National Library of South Africa.

Op 7 maart 1734 richtten gouverneur-generaal Dirk van Cloon en de Indische Raad zich met een bijzonder verzoek tot de Kaapse gouverneur Jan de la Fontaine en zijn Politieke Raad. De Hoge Regering in Batavia vroeg of er iemand aan de Kaap gevonden kon worden die tegen een gepaste vergoeding een paar jonge, levende leeuwen, een mannetje en een vrouwtje, zou kunnen bemachtigen. De Kaapse regering werd verzocht de dieren bij de eerste de beste gelegenheid onder goed toezicht en met de nodige voorzorgsmaatregelen naar Batavia over te brengen, “vermits deselve sullen dienen tot geschenk voor den Japansen keijser”.

Lees verder “Kaapse leeuwen voor de Japanse keizer”

De deserteurs van Fort Lijdzaamheid

De Delagoabaai met de VOC-handelspost, 1721, Nationaal Archief, 4.VEL 205.

Weinig handelsposten van de VOC hadden een treurigere geschiedenis dan Fort Lijdzaamheid aan de Delagoabaai in het zuiden van Mozambique. Op de plek waar nu de hoofdstad Maputo ligt, stichtte de VOC in 1721 het fort in de hoop goud te vinden en handel te drijven. Binnen enkele maanden overleed een groot deel van het garnizoen aan de “oostkustkoorts”, oftewel malaria. De Nederlanders vonden slechts verwaarloosbare hoeveelheden goud en de handel beperkte zich tot ivoor, bijenwas en enkele slaven. Verkenningstochten naar het binnenland leverden ook al niets op. Tot overmaat van ramp plunderden piraten in 1722 het fort.

Lees verder “De deserteurs van Fort Lijdzaamheid”

Mostert se Meul

Mostert se Meul na de brand.

Zondagmiddag 18 april 2021 werd Mostert se Meul (of Mostert’s Mill) in Kaapstad slachtoffer van een natuurbrand op de Duivelspiek, de berg aan de oostzijde van de Tafelberg. Door de harde wind kwam brandend as terecht op het rieten dak van de eeuwenoude molen aan de voet van de berg. Al snel stond het hele bouwwerk in lichterlaaie. Nadat de kap in vlammen was opgegaan leunden de wieken nog even op de romp voordat ze te pletter vielen op de grond. De volgende ochtend bleek er vrijwel niets over te zijn van het houten binnenwerk. Tussen het puin op de vloer lagen de molenstenen die tijdens de brand naar beneden waren gekomen. Aan de muur hing nog een zwartgeblakerde brandblusser.

Lees verder “Mostert se Meul”

Kaapstad onder water

Winkelmedewerkers proberen het water buiten te houden bij Cleghorn & Harris aan Adderley Street.

De ellende begon op 23 juni 1904 rond het middaguur. Zware regenbuien veranderden de straten van Kaapstad in rivieren. Vanuit de hoger gelegen wijk Gardens op de helling van de Tafelberg stroomde een muur van modderig water naar beneden richting het centrum van de stad. Op sommige plekken bereikte het water een hoogte van bijna een meter. De bewoners van een huis op de hoek van Glynn en Buitenkant Street konden ternauwernood worden gered uit hun volgelopen huis. ’s Avonds bleven stortbuien de stad teisteren en begon het te onweren. De volgende dag braken de wolken open. Op de Tafelberg waren prachtige watervallen zichtbaar.

Lees verder “Kaapstad onder water”

Een Oranjeprins in Kaapstad

Willem Frederik Hendrik (1820-1879), prins der Nederlanden, door J.B. van Hulst, 1836, Stichting Historische Verzamelingen van het Huis Oranje Nassau, Den Haag.

Op zondag 6 mei 1838 ging het Nederlandse fregat Bellona onder het gebulder van 21 saluutschoten voor anker in de Simonsbaai. Aan boord bevond zich prins Hendrik, de derde zoon van de latere koning Willem II en Anna Paulowna. Vergezeld door Nederlandse en Britse officieren reed hij op 9 mei in een open rijtuig van Simonstad naar Kaapstad. Daar stonden de straten en de pleinen vol met toeschouwers. Vanwege de afwezigheid van gouverneur George Thomas Napier, die op reis was in het binnenland van de kolonie, verbleef de prins niet in het gouvernementshuis, maar in het vroegere logement van de weduwe De Wit. Voor haar huis wachtte een militaire erewacht hem op. Een muziekkorps speelde het God Save the King en van alle kanten klonk een luid “hoezee!” toen hij uit het rijtuig stapte.

Lees verder “Een Oranjeprins in Kaapstad”

De ontsnapping van Jan van de Caab

Schepen in de Tafelbaai, achttiende eeuw, Rijkmuseum.

Op 12 mei 1750 zette het VOC-schip Hof d’uno koers naar Nederland. Het schip was vijf maanden eerder vertrokken uit Batavia en had tweeënhalve week voor anker gelegen in de Tafelbaai. In Kaapstad waren niet alleen voorraden ingeslagen, maar ook vier nieuwe matrozen gerekruteerd. Een van hen was de ontsnapte slaaf Jan van de Caab. Hij had zich uit de voeten gemaakt toen hij Kaapstad bezocht met de wagen van zijn meester, de landbouwer Hendrick Ecksteen. Ver weg van de Kaap hoopte hij in vrijheid een nieuw leven op te kunnen bouwen.

Lees verder “De ontsnapping van Jan van de Caab”

Imhoff’s Gift

Het voormalige woonhuis op Imhoff’s Gift, nu het Blue Water Café.

Na de noordwesterstorm van 21 mei 1737 kwamen de Heren Zeventien eindelijk in beweging. Van de retourvloot die voor anker lag in de Tafelbaai waren acht van de tien schepen gezonken. Dit was de zoveelste storm die een ravage aanrichtte in de Tafelbaai. De Heren Zeventien besloten dat VOC-schepen voortaan ’s winters voor anker moesten gaan in de Simonsbaai, aan de andere kant van het Kaapse Schiereiland. Daar hadden ze minder last van de noordwesterstormen.

Lees verder “Imhoff’s Gift”

De schipbreuk van de Vis

De schipbreuk van de Vis, Jürgen Leeuwenberg, 1740, National Library of South Africa.

“Brand! Brand!”, riep een van de matrozen op de uitkijk. “Waar is brand?”, schreeuwde de stuurman, maar voordat de matroos kon antwoorden waar hij de branding zag, liep het VOC-fluitschip Vis op de rotsen van Groenpunt, iets ten westen van de plaats waar nu de vuurtoren staat. Tegen alle richtlijnen in had de schipper van de Vis in de nacht van 5 op 6 mei 1740 geprobeerd de Tafelbaai binnen te varen. Hij had het licht van de nieuwe batterij in Drieankerbaai aangezien voor het vertrouwde vuursignaal op Robbeneiland. Het schip was in de duisternis recht op de kust afgevaren.

Lees verder “De schipbreuk van de Vis”

Een nieuw VOC-hospitaal in Kaapstad

Het in aanbouw zijnde hospitaal, ca. 1783, Library of Parliament, Kaapstad.

Eindelijk was het zover. Op 2 november 1772 legde gouverneur Joachim Ammema baron van Plettenberg de eerste steen van het nieuwe hospitaal van de VOC in Kaapstad. Het enorme gebouw dat ruimte moest bieden aan 1450 patiënten werd gebouwd ter vervanging van het oude hospitaal aan de Heerengracht uit 1699. Vanwege de hoge sterfte- en ziektecijfers aan boord van VOC-schepen was het een van de belangrijkste gebouwen van de Kaapse verversingspost. De bouw van het nieuwe hospitaal ontwikkelde zich echter tot een gigantisch hoofdpijndossier voor het Kaapse bestuur.

Lees verder “Een nieuw VOC-hospitaal in Kaapstad”

Een zwarte Amerikaan in Transvaal

Spoorwegarbeiders op de nog onvoltooide Brinkspruitbrug tijdens de aanleg van de Delagoalijn omstreeks 1892.

15 januari 1893. Het hemd van John Ross werd uitgetrokken, zijn handen werden boven zijn hoofd vastgebonden aan een paal en hij kreeg vijftien zweepslagen van een politieagent. Ross was een zwarte ingenieur die voor de Nederlandsch-Zuid-Afrikaansche Spoorwegmaatschappij werkte aan de Delagoalijn tussen Pretoria en Lourenço Marques. Hij had het gewaagd fel te reageren op beledigende opmerkingen van een witte collega. In de gesegregeerde Zuid-Afrikaansche Republiek werden Afrikanen voor het minste of geringste zwaar gestraft. De politieagent wist echter niet dat Ross een Amerikaanse staatsburger was. Een diplomatieke rel tussen de Verenigde Staten en de Zuid-Afrikaansche Republiek was geboren.

Lees verder “Een zwarte Amerikaan in Transvaal”

De drostdy van Graaff-Reinet

De drostdy van Graaff-Reinet.

In het binnenland van de Oost-Kaap, in een hoefijzervormige bocht in de Sondagsrivier aan de voet van de Sneeuberge ligt Graaff-Reinet. Het prachtige dorp, bekend als de parel van de Karoo, herbergt tal van historische gebouwen. Een daarvan is de elegante Kaaps-Hollandse drostdy in de Kerkstraat, ooit de zetel van het Nederlandse gezag in de regio, maar nu al geruime tijd een hotel.

Lees verder “De drostdy van Graaff-Reinet”

City Hall, Cape Town 1917

City Hall, Cape Town 1917, Robert Gwelo Goodman, South African National Gallery.

Robert Gwelo Goodman (1871-1939) was een van de grootste Zuid-Afrikaanse schilders. Hij behoorde tot de zogeheten Kaapse impressionisten die begin twintigste eeuw werkzaam waren in Kaapstad. Zijn stijl toont invloeden van het Franse impressionisme en pointillisme, maar het ging hem meer om de weergave van het onderwerp dan om het vastleggen van het licht en de atmosfeer van het moment. Hij schilderde voornamelijk stadsgezichten, historische gebouwen, interieurs, landschappen en bloemen.

Lees verder “City Hall, Cape Town 1917”