Imhoff’s Gift

Het voormalige woonhuis op Imhoff’s Gift, nu het Blue Water Café.

Na de noordwesterstorm van 21 mei 1737 kwamen de bewindhebbers van de VOC eindelijk in beweging. Van de retourvloot die voor anker lag in de Tafelbaai waren acht van de tien schepen gezonken. Dit was de zoveelste storm die een ravage aanrichtte in de Tafelbaai. De bewindhebbers besloten dat VOC-schepen voortaan ’s winters voor anker moesten gaan in de Simonsbaai, aan de andere kant van het Kaapse Schiereiland. Daar hadden ze minder last van de winterstormen.

De nieuwe ankerplek had echter haar eigen problemen. Vooral de grote afstand tot Kaapstad maakte de bevoorrading van schepen in de Simonsbaai moeilijk. In 1743 besloot gouverneur-generaal Gustaaf Willem baron van Imhoff, die de Kaap bezocht onderweg naar Indië, daarom een verversingspost te stichten aan de baai. Deze post groeide later uit tot Simonstad. Van Imhoff wilde ook de nabijgelegen vallei van Vishoek omvormen tot een landbouwgebied. Aan de weduwe Christina Russouw, die vanaf haar boerderij Zwaanswyk al een belangrijke bijdrage leverde aan de bevoorrading van de schepen, gaf hij een groot stuk land in het westen van de vallei, vlak bij de kust van de Atlantische Oceaan. De boerderij kwam al snel bekend te staan als Imhoff’s Gift.

Lees verder “Imhoff’s Gift”

De schipbreuk van de Vis

De schipbreuk van de Vis, Jürgen Leeuwenberg, 1740, National Library of South Africa.

“Brand! Brand!”, riep een van de matrozen op de uitkijk. “Waar is brand?”, schreeuwde de stuurman, maar voordat de matroos kon antwoorden waar hij de branding zag, liep het VOC-fluitschip Vis al op de rotsen van Groenpunt, iets ten westen van de plek waar nu de vuurtoren staat. Tegen alle richtlijnen in had de schipper van de Vis in de nacht van 5 op 6 mei 1740 geprobeerd de Tafelbaai binnen te varen. Hij had het licht van de nieuwe batterij in Drieankerbaai aangezien voor het vertrouwde vuursignaal op Robbeneiland. Het schip was in de duisternis recht op de kust afgevaren.

Toen het licht werd, kwamen verschillende boten uit Kaapstad te hulp. De zware branding maakte het echter onmogelijk het schip te bereiken. Er moest een andere manier gevonden worden om de bemanning en de lading te redden. Drie matrozen namen een touw mee in de sloep van de Vis en probeerden de wal te bereiken, maar de sloep sloeg om en zij verdronken. Enkele matrozen bonden vervolgens op hoop van zegen een touw vast aan een leeg vat dat ze overboord gooiden. Het vat dreef naar de wal waar het touw werd vastgebonden aan twee palen. Op het schip haalden de matrozen het touw door de ringen van de ketel uit de kombuis. Zo ontstond een geïmproviseerde kabelbaan. Telkens werden twee of drie bemanningsleden in de ketel naar de wal getrokken.

Lees verder “De schipbreuk van de Vis”

Een nieuw VOC-hospitaal in Kaapstad

Het in aanbouw zijnde hospitaal, ca. 1783, Library of Parliament, Kaapstad.

Eindelijk was het zover. Op 2 november 1772 legde gouverneur Joachim Ammema baron van Plettenberg de eerste steen van het nieuwe hospitaal van de VOC in Kaapstad. Het enorme gebouw dat ruimte moest bieden aan 1450 patiënten werd gebouwd ter vervanging van het vervallen hospitaal aan de Heerengracht uit 1699. Vanwege de hoge sterfte- en ziektecijfers aan boord van VOC-schepen behoorde het hospitaal tot de belangrijkste gebouwen van de Kaapse verversingspost. De bouw van het nieuwe hospitaal ontwikkelde zich echter tot een gigantisch hoofdpijndossier voor het Kaapse bestuur.

De moeizame voorbereiding had een waarschuwing kunnen zijn. Al op 22 januari 1765 had de Politieke Raad onder voorzitterschap van gouverneur Rijk Tulbagh, de voorganger van Van Plettenberg, besloten de bewindhebbers van de VOC toestemming te vragen voor de bouw van een nieuw hospitaal. Pas zeven jaar later, na een uitgebreide briefwisseling tussen de Kaap en Amsterdam, werd overeenstemming bereikt over het ontwerp. Luitenant-ingenieur Carel David Wentzel tekende vermoedelijk de definitieve versie. Het hospitaal werd aan de oostzijde van Kaapstad gebouwd, op een terrein dat tegenwoordig wordt begrensd door Barrack Street, Corporation Street, Caledon Street en Buitenkant Street.

Lees verder “Een nieuw VOC-hospitaal in Kaapstad”

Een zwarte Amerikaan in Transvaal

Spoorwegarbeiders op de nog onvoltooide Brinkspruitbrug tijdens de aanleg van de Delagoalijn omstreeks 1892.

15 januari 1893. Het hemd van John Ross werd uitgetrokken, zijn handen werden boven zijn hoofd vastgebonden aan een paal en hij kreeg vijftien zweepslagen van een politieagent. Ross was een zwarte ingenieur die voor de Nederlandsch-Zuid-Afrikaansche Spoorwegmaatschappij werkte aan de Delagoalijn tussen Pretoria en Lourenço Marques. Hij had het gewaagd fel te reageren op beledigende opmerkingen van een witte collega. In de gesegregeerde Zuid-Afrikaansche Republiek werden Afrikanen voor het minste of geringste zwaar gestraft. De politieagent wist echter niet dat Ross een Amerikaanse staatsburger was. Een diplomatieke rel tussen de Verenigde Staten en de Zuid-Afrikaansche Republiek was geboren.

Ross beklaagde zich over zijn behandeling bij het Amerikaanse consulaat in Johannesburg. De consul, een zekere William Van Ness, rapporteerde de zaak aan zijn superieuren in Washington. Van Ness maakte ook bezwaar bij de Transvaalse staatssecretaris Willem Johannes Leyds. Met steun van het U.S. Department of State eiste Ross $10.000 schadevergoeding, destijds een fortuin. Leyds, die zo snel mogelijk van de zaak verlost wilde zijn vanwege de Britse dreiging, zag in dat er niets anders op zat dan de schadevergoeding uit te keren.

Lees verder “Een zwarte Amerikaan in Transvaal”

De drostdy van Graaff-Reinet

De drostdy van Graaff-Reinet.

In het binnenland van de Oost-Kaap ligt Graaff-Reinet, de “parel van de Karoo”. Het prachtige dorp, gelegen aan de voet van de Sneeuberge in een hoefijzervormige bocht in de Sondagsrivier, herbergt tal van historische gebouwen. Een daarvan is de elegante Kaaps-Hollandse drostdy in de Kerkstraat, ooit de zetel van het Nederlandse gezag in de regio, maar nu al geruime tijd een hotel.

Graaff-Reinet was de laatste plaats die de VOC stichtte in Zuid-Afrika. Gouverneur Cornelis Jacob van de Graaff besloot in 1785 een nieuw district op te richten aan de onrustige oostgrens van de kolonie om de orde in het gebied te herstellen. Hij vernoemde het district naar zichzelf en zijn vrouw Hester Cornelia Reinet. De burger Maurits Herman Otto Woeke uit Stellenbosch werd benoemd tot landdrost van het nieuwe district. Hij kreeg de opdracht een geschikte locatie te zoeken voor de drostdy. In 1786 kocht hij twee boerderijen aan de Sondagsrivier van de burger Dirk Coetzee. Een onaanzienlijk lemen gebouwtje werd ingericht als drostdy. Daaromheen ontstond geleidelijk het dorp Graaff-Reinet.

Lees verder “De drostdy van Graaff-Reinet”

City Hall, Cape Town 1917

City Hall, Cape Town 1917, Robert Gwelo Goodman, South African National Gallery.

Robert Gwelo Goodman (1871-1939) was een van de grootste Zuid-Afrikaanse schilders. Hij behoorde tot de zogeheten Kaapse impressionisten die begin twintigste eeuw werkzaam waren in Kaapstad. Zijn stijl toont invloeden van het Franse impressionisme en pointillisme, maar het ging hem meer om de weergave van het onderwerp dan om het vastleggen van het licht en de atmosfeer van het moment. Hij schilderde voornamelijk stadsgezichten, historische gebouwen, interieurs, landschappen en bloemen.

Goodman maakte dit schilderij in 1917. Het is misschien wel zijn beste werk. Op de voorgrond zien we de Grand Parade en het stadhuis van Kaapstad met daarachter de Duivelspiek en de Tafelberg. Hij schilderde het stadsgezicht ter plekke in een kamer in het voormalige operagebouw waar nu het hoofdpostkantoor staat. De Grand Parade was het voornaamste plein van de stad. Aan de zuidzijde werd in 1905 het edwardiaanse stadhuis gebouwd. Het statige gebouw was een trots symbool van de Britse macht in Zuid-Afrika. De Union Jack wapperde fier op het fronton. Het stadhuis kreeg internationale bekendheid toen Nelson Mandela op 11 februari 1990, slechts enkele uren na zijn vrijlating uit de gevangenis, op het bordes zijn eerste publieke toespraak hield.

De inauguratie van Mandela

Op 10 mei 1994 werd Nelson Mandela beëdigd als president van Zuid-Afrika door hoofdrechter Michael Corbett.

Op 10 mei 1994 begon een nieuw hoofdstuk in de Zuid-Afrikaanse geschiedenis. Nelson Mandela werd op die dag geïnaugureerd als eerste zwarte president van Zuid-Afrika. Zijn partij, het African National Congress, had tijdens de eerste multiraciale verkiezingen van april 1994 een verpletterende overwinning behaald met bijna 63 procent van de stemmen. De inauguratie vond plaats in het amfitheater van het imponerende Uniegebouw op de Meintjieskop in Pretoria, de officiële zetel van de Zuid-Afrikaanse regering sinds 1910.

Aan het begin van de ceremonie zong een koor het nieuwe nationale volkslied dat is samengesteld uit de liederen Die stem van Suid-Afrika en Nkosi sikelel’ iAfrika. De grotendeels witte militaire top salueerde. Twee matrozen, de een wit, de ander zwart, hesen de nieuwe Zuid-Afrikaanse vlag. F.W. de Klerk legde als eerste de eed af in het Afrikaans. De laatste staatspresident van het witte minderheidsregime werd daarmee vicepresident van het democratische Zuid-Afrika. Thabo Mbeki werd ook door hoofdrechter Michael Corbett beëdigd als vicepresident. Vervolgens was het de beurt aan Mandela. Met de eedaflegging kwam een einde aan zijn lange weg naar de vrijheid.

Lees verder “De inauguratie van Mandela”

Café Riche

Café Riche.

Café Riche was het oudste eetcafé van Pretoria. Je kon er, uitkijkend over het Kerkplein, genieten van koffie, een grote verscheidenheid aan lokale en Belgische bieren en verse gerechten als het Boer en Brit-ontbijt, bestaande uit bacon, ham, eieren, boerewors en brood. Het café was vooral in trek bij toeristen en ambtenaren. Het fraaie interieur met versieringen in art-nouveaustijl voerde de gasten terug in de tijd. Café Riche was een welkome plek van ontspanning tussen de banken en overheidsgebouwen rond het plein.

Het Reserve Investment Building in 1907. Op de voorgrond het oude postkantoor uit 1887.

Het gebouw, dat eigenlijk het Reserve Investment Building heet, is een van de weinige art-nouveaupanden in Pretoria. Het werd ontworpen door de Nederlandse architect Frans Soff in 1904. Veel van de bouwmaterialen waren afkomstig van de gesloopte kerk op het Kerkplein. De beeldhouwer Anton van Wouw, ook afkomstig uit Nederland, was verantwoordelijk voor het reliëf van Mercurius op de noordoosthoek. Het reliëf van de Romeinse god van de handel verwees naar de financiële instelling die oorspronkelijk in het gebouw zat. De gestileerde uil die uitkijkt over het Kerkplein is van de hand van Charles Marega.

Lees verder “Café Riche”

Het Hoofdpostkantoor van Pretoria

Die Hoofposkantoor.

Postkantoren behoorden vroeger tot de voornaamste gebouwen van een stad. Ze verbonden de stad met de wereld. In Pretoria getuigt het statige Hoofdpostkantoor uit 1910 aan de westzijde van het Kerkplein nog altijd van de belangrijke rol die het postwezen ooit innam

Het eerste postkantoor in Pretoria was een eenvoudig gebouw met witgepleisterde muren en een rieten dak. Het stond aan de Pretoriusstraat achter de eerste Raadzaal. In de begindagen van Pretoria brachten renbodes en transportrijders de post naar het postkantoor. Medewerkers van het postkantoor deelden de brieven uit aan het wachtende publiek. Voor ongeletterden lazen zij de brieven voor. Friedrich Jeppe, de postmeester-generaal van de Zuid-Afrikaansche Republiek van 1868 tot 1874, verbeterde het gebrekkige postwezen aanzienlijk met de introductie van postkoetsen en postzegels.

Lees verder “Het Hoofdpostkantoor van Pretoria”

Het ontstaan van Duits-Zuidwest-Afrika

Het hijsen van de Duitse vlag op 7 augustus 1884 in Angra Pequena.

Weinig wereldrijken zijn op zo’n onherbergzame plek gesticht. In Angra Pequena, een baai in het zuiden van het moderne Namibië, hadden de elementen vrij spel. Kale rotsen, verweerd door de harde wind van de Zuid-Atlantische Oceaan, domineerden het landschap. Het water in de baai was ijskoud door de Benguelastroom afkomstig van Antarctica. Achter de rotskust doemden de duinen van de Namibwoestijn op. Vanaf de vroege negentiende eeuw bezochten walvisvaarders de baai. Verder was het gebied voor handelaren alleen van belang vanwege de guano, de vruchtbare vogelpoep die op de eilanden voor de kust werd gewonnen. Dat juist op deze plek een Duitse kolonie werd gesticht kwam door het optreden van de kooplieden Adolf Lüderitz en Heinrich Vogelsang.

Adolf Lüderitz (1834-1886).

Lüderitz was de zoon van een rijke tabakshandelaar in Bremen. Na het overlijden van zijn vader in 1878 nam hij de onderneming over, maar de wereld van de Bremense tabakshandel was te klein voor de rusteloze Lüderitz. Hij kwam hij in contact met Vogelsang, ook de zoon van een tabakshandelaar uit Bremen en net als Lüderitz op zoek naar avontuur. Zij besloten hun geluk te beproeven in Zuidwest-Afrika. In rapporten hadden zij gelezen over de mogelijke aanwezigheid van koper. Zij hoopten ook diamanten en goud te vinden en wilden het land openstellen voor Duitse kolonisten. Met de brik Tilly, die was volgeladen met ruilgoederen, voer Vogelsang naar Angra Pequena. Hij arriveerde in april 1883 in de baai en zette een geprefabriceerde hut op die hij trots Fort Vogelsang noemde.

Lees verder “Het ontstaan van Duits-Zuidwest-Afrika”