Lady Sale en de terugtocht van de Britten uit Kabul

Portret van Lady Sale in gevangenschap, naar een tekening van Vincent Eyre, 1843, British Museum.

Op de begraafplaats van Maitland, een kleine tien kilometer ten oosten van het centrum van Kaapstad, ligt Lady Florentia Sale begraven. Haar grafmonument bestaat uit een obelisk op een rechthoekige sokkel die is versierd met een lauwerkrans. Op een steen in de sokkel staat dat haar heldhaftigheid, haar standvastigheid en haar geduld onder moeilijke omstandigheden deel uitmaken van het verhaal van haar land. Het is een fraai grafmonument, maar het bijzonderste is dat Lady Sale überhaupt hier ligt en niet, zoals veel van haar landgenoten, in de bergen tussen Kabul en Jalalabad.

Florentia Sale werd op 13 augustus 1790 geboren in Madras, in het toenmalige Brits-Indië. Zij kwam uit een vooraanstaande Engelse familie. Op negentienjarige leeftijd trouwde zij met de Britse legerofficier Sir Robert Sale. Zij vergezelde hem naar Mauritius, Birma en verschillende plaatsen in Brits-Indië. Tijdens de Eerste Brits-Afghaanse Oorlog sloot zij zich met haar jongste dochter Alexandrina ook bij hem aan in de Afghaanse hoofdstad Kabul.

Een Britse troepenmacht was Afghanistan in 1839 binnengevallen. Het doel van de invasie was om de emir van Afghanistan, Dost Mohammed Khan, af te zetten en hem te vervangen door Shah Shuja, een voormalige heerser die in ballingschap leefde in Brits-Indië en als pro-Brits werd gezien. De opmars van de Britten verliep voorspoedig. Binnen enkele maanden veroverden zij Kabul en zetten zij Shah Shuja op de troon. Na dit succes keerde een groot deel van het leger weer terug naar Indië. De achterblijvers vestigden zich in een groot kamp net buiten Kabul. Er waren ook garnizoenen in Kandahar en Ghanzi in het westen en Jalalabad in het oosten. Om het moreel hoog te houden mochten de troepen hun vrouwen en kinderen uit Indië laten overkomen.

Uitzicht over Kabul vanuit de Bala Hissar, de citadel waar Shah Shujah verbleef, door James Atkinson, 1842, Library of Congress.

De Britten voelden zich op hun gemak in Kabul. Zij bouwden een paardenracebaan, speelden cricket en voerden toneelstukken op. ’s Winters werd er zelfs geschaatst op bevroren vijvers. Lady Sale en haar man leefden in luxe met niet minder dan veertig bedienden. Bij haar huis legde Lady Sale een tuin aan waar zij groenten teelde. Toch begonnen sommigen zich zorgen te maken. De verbindingslijnen met Indië waren wel erg lang en de marionet Shah Shuja bleek beduidend minder geliefd dan de Britten hadden gehoopt. Bovendien hielden veel stamhoofden zich alleen gedeisd omdat ze waren omgekocht door de Britten.

In de loop van 1841 werd het steeds onrustiger in Afghanistan. In november brak in Kabul een gewelddadige opstand uit. Al snel bleken de Britten niet opgewassen tegen de Afghaanse overmacht. Onder leiding van Akbar Khan, de zoon van de gevangengenomen emir Dost Mohammed Khan, omsingelden de Afghanen het Britse kamp. De wanhoop onder de Britten was groot. Na moeizame onderhandelingen met de Afghanen besloten zij zich terug te trekken naar Jalalabad, waar Sir Robert Sale sinds kort het bevel voerde over het garnizoen. Op 6 januari 1842 begonnen 4.500 soldaten en een gevolg van 12.000 burgers aan de terugtocht. Het zou een van de grootste rampen worden uit de Britse militaire geschiedenis.

De hoofdstraat in de bazaar van Kabul, door James Atkinson, 1842, Library of Congress.

Hoewel Akbar Khan de Britten een vrijgeleide had beloofd lieten de Afghanen het terugtrekkende leger geen moment met rust in de besneeuwde bergpassen tussen Kabul en Jalalabad. Degenen die niet werden gedood door de Afghanen verhongerden of stierven van de kou. Lady Sale kreeg een kogel in haar pols en drie kogels gingen door haar jas van schapenvacht. Op 9 januari nam Akbar Khan haar gevangen, samen met haar dochter en een groep vrouwen, kinderen en soldaten. De Britse legerarts William Brydon en een paar Indiase sepoys waren de enigen die Jalalabad wisten te bereiken.

Lady Sale verbleef negen maanden in gevangenschap. Ondertussen zetten de Britten met versterkingen uit Indië een tegenoffensief in. Zij veroverden opnieuw Kabul en verwoestten uit wraak de grote bazaar. In september 1842 werden Lady Sale en de andere nog levende gevangen bevrijd. Lady Sale hield al die tijd nauwkeurig een dagboek bij dat in 1843 werd gepubliceerd onder de titel A Journal of the Disasters in Affghanistan, 1841-2. Het boek groeide uit tot een ware bestseller.

Na het debacle in Afghanistan verbleef Lady Sale het grootste deel van haar leven in Brits-Indië. Haar man sneuvelde in 1845 tijdens de Eerste Sikhoorlog. In 1853 vertrok zij naar de Kaapkolonie voor haar gezondheid. Zij overleed op 6 juni, een paar dagen na haar aankomst in Kaapstad.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s