Kaapse leeuwen voor de Japanse keizer

Leeuwenjacht aan de Kaap, Wouter Schouten, ca. 1660, National Library of South Africa.

Op 7 maart 1734 richtten gouverneur-generaal Dirk van Cloon en de Indische Raad zich met een bijzonder verzoek tot de Kaapse gouverneur Jan de la Fontaine en zijn Politieke Raad. De Hoge Regering in Batavia vroeg of er iemand aan de Kaap gevonden kon worden die tegen een gepaste vergoeding een paar jonge, levende leeuwen, een mannetje en een vrouwtje, zou kunnen bemachtigen. De Kaapse regering werd verzocht de dieren bij de eerste de beste gelegenheid onder goed toezicht en met de nodige voorzorgsmaatregelen naar Batavia over te brengen, “vermits deselve sullen dienen tot geschenk voor den Japansen keijser”.

Nederland was tussen 1639 en 1854 de enige westerse mogendheid die handel mocht drijven met Japan. Dit gebeurde vanaf het waaiervormige eilandje Deshima in de Baai van Nagasaki. De Nederlanders waren aan allerlei beperkingen onderhevig. Een van de verplichtingen was de jaarlijkse hofreis naar Edo (nu Tokio). Daar ging de Nederlandse delegatie op audiëntie bij de shogun, de feitelijke machthebber van Japan die door de Nederlanders vaak werd aangeduid als keizer. Tijdens de reis werd aan de shogun eer bewezen, onder meer door het geven van geschenken. Typische geschenken waren textiel, uurwerken, telescopen, boeken én exotische dieren.

Gezicht op Deshima uit “Hedendaegsche historie, of tegenwoordige staat van alle volken”, 1729.

Gouverneur Jan de la Fontaine besprak het verzoek van de Hoge Regering op 31 mei 1734 met zijn raad. Zij besloten de inwoners van de Kaap, zowel de Compagniesdienaren als de vrijburgers, middels aanplakbiljetten op te roepen de leeuwen te vangen. Eenieder die een levende leeuw of leeuwin bij het Kasteel de Goede Hoop in Kaapstad aanleverde, zou een beloning krijgen van vijftig rijksdaalders en mogelijk meer, afhankelijk van de gesteldheid van de gevangen leeuw.

Op 31 december 1734 besprak de Politieke Raad opnieuw het verzoek uit Batavia. De beloning werd verhoogd tot honderd rijksdaalders, “om de liefhebbers te meer tot het vangen deeser dieren, dat met het grootste leevens gevaar verselt, en daarom nog van niemand uytgevoerd is, aan te moedigen”. Het mocht niet baten. Voor zover bekend heeft ook de hogere beloning niemand aangezet tot het vangen van levende leeuwen. De shogun moest genoegen nemen met andere geschenken.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s