De deserteurs van Fort Lijdzaamheid

De Delagoabaai met de VOC-handelspost, ca. 1721, Nationaal Archief, 4.VEL 205.

Weinig handelsposten van de VOC hadden een treurigere geschiedenis dan Fort Lijdzaamheid aan de Delagoabaai in het zuiden van Mozambique, op de plek waar nu de hoofdstad Maputo ligt. De VOC stichtte het fort in 1721 in de hoop goud te vinden en handel te drijven in het gebied. Binnen enkele maanden overleed een groot deel van het garnizoen aan de “oostkustkoorts”, oftewel malaria. De Nederlanders vonden slechts verwaarloosbare hoeveelheden goud en de handel beperkte zich tot ivoor, bijenwas en enkele slaven. Verkenningstochten naar het binnenland leverden ook al niets op. Tot overmaat van ramp plunderden piraten in 1722 het fort.

Na het vertrek van de piraten verkeerde de handelspost in ontredderde toestand. Pas na een jaar kwamen versterkingen uit de Kaap. De malaria sloeg ook onder de nieuwe manschappen genadeloos toe. De bewindhebbers van de VOC zagen ondertussen met lede ogen de geringe opbrengsten en de hoge sterftecijfers aan. Zij stelden voor een betere plaats voor een handelspost te zoeken aan de kust van Mozambique. In 1727 werd de brigantijn Victoria hiertoe uitgerust. Het schip voer noordwaarts langs de kust tot aan de baai van Inhambane. Na enige tijd dook een Portugees schip op. De Portugezen verbleven elk jaar enkele maanden in de baai om handel te drijven. De Victoria keerde onverrichter zake terug naar Fort Lijdzaamheid. Verder naar het noorden bleek de kust niet minder ongezond te zijn.

De VOC-handelspost aan de Delagoabaai, Jacob de Bucquoij, 1721, Nationaal Archief, 4.VEL 855A.

Na de terugkomst van de Victoria in de Delagoabaai besloten scheepstimmerman Frans van der Klok en vijftien soldaten van het garnizoen van Fort Lijdzaamheid naar Inhambane te vluchten. In Inhambane hoopten zij mee te kunnen varen naar het Portugese Mozambique-eiland waar zij wilden aanmonsteren op een schip naar Europa of Indië. Zij verkozen de gevaarlijke tocht boven de ellende van het door ziekte geteisterde Fort Lijdzaamheid. Rond half elf ’s avonds op 28 november 1727 verlieten de gewapende deserteurs het fort door een van de schutgaten achter het hospitaal. De ontsnapping werd pas uren later ontdekt omdat de schildwacht ook deserteerde. Vaandrig Johannes Monna zette met veertig soldaten de achtervolging in, maar zij konden de deserteurs niet vinden.

Dertien deserteurs wisten na een moeizame landtocht van enkele honderden kilometers Inhambane te bereiken. De Portugese kapitein Soares weigerde de deserteurs aan boord te nemen. Hij gaf hun wel proviand en kralen om handel mee te drijven. Na tien dagen besloten de deserteurs, van wie er nog drie overleden in Inhambane, hun tocht voort te zetten naar de Portugese nederzetting Sofala, ruim vierhonderd kilometer noordelijker. Na hun vertrek uit Inhambane is er niets meer van hen vernomen.

Nog geen jaar na de ontsnapping van de deserteurs werd in Fort Lijdzaamheid ternauwernood een grote opstand van het garnizoen verijdeld. De strijd met de Afrikaanse stammen eiste ook zijn tol. De handelspost kostte de VOC handen vol geld en leverde nauwelijks iets op. In 1730 gaf Jan de la Fontaine, de gouverneur van de Kaap, opdracht het fort af te breken. Op 27 december 1730 vertrokken drie schepen met alle manschappen en bouwmaterialen naar de Kaap. Na negen jaren van tegenslag kwam de Nederlandse bezetting van de Delagoabaai ten einde.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s