Mostert se Meul

Mostert se Meul na de brand.

Zondagmiddag 18 april 2021 werd Mostert se Meul (of Mostert’s Mill) in Kaapstad slachtoffer van een natuurbrand op de Duivelspiek, de berg aan de oostzijde van de Tafelberg. Door de harde wind kwam brandend as terecht op het rieten dak van de eeuwenoude molen aan de voet van de berg. Al snel stond het hele bouwwerk in lichterlaaie. Nadat de kap in vlammen was opgegaan leunden de wieken nog even op de romp voordat ze te pletter vielen op de grond. De volgende ochtend bleek er vrijwel niets over te zijn van het houten binnenwerk. Tussen het puin op de vloer lagen de molenstenen die tijdens de brand naar beneden waren gekomen. Aan de muur hing nog een zwartgeblakerde brandblusser.

De brand op de Duivelspiek ontstond zondagochtend bij het Rhodes-gedenkteken, een paar honderd meter van de molen. De wind verspreidde het vuur razendsnel over de hellingen van de berg. In de loop van de middag bereikte het vuur niet alleen Mostert se Meul, maar ook de aangrenzende woonwijk en de campus van de Universiteit van Kaapstad. Verschillende universiteitsgebouwen raakten beschadigd. Van de elegante leeszaal van de Jagger Library bleef niets over. Gelukkig voorkwam het branddetectiesysteem van de bibliotheek de vernietiging van de hele collectie. ’s Nachts verplaatste het vuur zich naar de centrumzijde van de berg. Twee dagen later meldde de brandweer dat de natuurbrand was bedwongen.

Mostert se Meul in vervallen staat aan het begin van de twintigste eeuw.

Terug naar Mostert se Meul. De molen heeft een lange geschiedenis van bloei, verval en herstel. Tot voor kort was het de enige maalvaardige windmolen die was overgebleven in Zuid-Afrika. Halverwege de negentiende eeuw stonden er nog een stuk of tien in de nabijheid van Kaapstad. Gysbert van Reenen bouwde de molen in 1796 op zijn boerderij Welgelegen. De ronde stenen bovenkruier was voor de brand zeven meter hoog en had een vlucht van 12,5 meter. Naast de molen ligt een ommuurde dorsvloer. Daarachter staat De Meule, de vroegere molenaarswoning die op 18 april ook uitbrandde.

In 1823 kwam de molen in handen van Van Reenens schoonzoon Sybrand Jacobus Mostert. Aan hem dankt de molen zijn naam. Welgelegen werd in 1889 gekocht door ene S.J. Wilks de nieuwe eigenaar. Twee jaar later kocht de Britse imperialist en premier van de Kaapkolonie Cecil John Rhodes de boerderij. De molen was toen al niet meer in gebruik.

De openingsceremonie van Mostert se Meul op 1 februari 1936, Fotoarchief Zuid-Afrikahuis.

Rhodes liet het woonhuis op Welgelegen verbouwen door de beroemde architect Herbert Baker. Ondertussen raakte Mostert se Meul steeds verder in verval. Na zijn dood in 1902 liet Rhodes zijn landgoed Groote Schuur en de molen na aan de staat. In 1935 vond met steun van de Nederlandse regering de eerste restauratie van de molen plaats. De vijfentwintigjarige molenmaker Chris Bremer uit het Groningse Adorp leidde de werkzaamheden. De molen werd op 1 februari 1936 geopend door Hendrikus Albertus Lorentz, de Nederlandse consul-generaal in Pretoria. Onder de aanwezigen was de Zuid-Afrikaanse premier J.B.M. Hertzog. Na afloop van de ceremonie kregen alle genodigden een zak met meel dat was gemaakt in de molen.

Mostert se Meul voor de verwoestende brand.

De molen raakte in de loop der jaren weer in verval. Een lange campagne door de Vernacular Architecture Society of South Africa en de Friends of Mostert’s Mill leidde in 1995 tot de tweede restauratie. Opnieuw ging de opdracht naar het bedrijf Dunning-Bremer uit Adorp. In diezelfde periode namen de vrijwilligers van de Friends of Mostert’s Mill het beheer over van de molen die één zaterdag per maand werd opengesteld voor het publiek. Na de brand begonnen de vrijwilligers meteen met puinruimen en het veiligstellen van de romp en het resterende materiaal. In Nederland zette molenaar Sven Verbeek uit het Noord-Brabantse Veen een crowdfundingcampagne op. Hij bezocht de molen in 2019 en sindsdien adviseert hij de molenaars over het onderhoud. Hier kunt u een bijdrage leveren aan zijn campagne voor het herstel van dit unieke Zuid-Afrikaanse monument.


Dit artikel verscheen op 29 april 2021 in Spectrum, het blad van het Zuid-Afrikahuis in Amsterdam.

Een gedachte over “Mostert se Meul

  1. Douw, once again, thank you for yet another interesting piece. Just a response, however, on one small point:

    By simply stating that S.[amuel] J.[errod] Wilks bought the farm in 1889,you give the mistaken impression that he was the next owner.

    Mostert died in 1872 and before passing to Wilks, Welgelegen – now subdivided into 3 portions – changed hands on 30 July 1839, as follows:

    (1) W[illia]m Hare (30 July 1839) grant (44 morgen 54 sq. R 24 ft)
    (2) George Holloway from Arundel, Sussex, England (30 July 1839) grant of (41 sq. R. 108 ft)
    (3) John Holloway from London, England [younger brother to George Holloway] (29 May 1840) grant (36 sq. R 122)

    [Cape Archives (CA): Cape Title Deeds (CTD) 15 (Freeholds) Cape Title Deeds (23 November 1807- 21 May 1818)].

    The 2 small portions became the sites of the newly constructed Three Cups Inn [Driekoppen] following the fire which destroyed the original inn of that same name which had stood on a portion (also belonging to George Holloway) of the adjoining farm Varietas Dilectat. This is confirmed in a petition (dated 29 December 1838) by George Holloway to the Colonial Office [CA: CO 3997, pp. 102-103 [381-382].

    Best wishes
    Mansell Upham (Tokyo 7 June 2021)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s