Een Nederlander op zoek naar koloniaal erfgoed

De Ou Residensie in Graaff-Reinet. De man links is vermoedelijk Jacob Cornelis Overvoorde.

Begin twintigste eeuw ontstond in Nederland voor het eerst brede belangstelling voor het Nederlandse koloniale erfgoed. Dit was vooral te danken aan Jacob Cornelis Overvoorde (1865-1930). Hij was archivaris in Dordrecht en later in Leiden. In beide steden richtte hij een historische vereniging op. In 1899 was hij een van de grondleggers van de Nederlandsche Oudheidkundige Bond. Op eigen kosten, maar voorzien van aanbevelingsbrieven van de ministers van Binnenlandse Zaken, Buitenlandse Zaken en Koloniën, reisde hij in 1910-1911 met zijn vrouw Johanna Overvoorde-Gordon naar Afrika, Azië en Noord-Amerika om in kaart te brengen wat er nog over was van het Nederlandse koloniale erfgoed. Het eerste land dat zij bezochten was Zuid-Afrika.

Op 30 oktober 1910 arriveerden zij per schip in Kaapstad. Zij verkenden eerst plaatsen als Rondebosch en Wynberg in de naaste omgeving van de stad. Vervolgens maakten zij een tocht door het binnenland. Zij bezochten Malmesbury, Paarl, Drakenstein, Franschhoek, Stellenbosch met de Jonkershoekvallei, Somerset West en Simonstad. Terug in Kaapstad bezichtigden zij daar uitgebreid de oude gebouwen. Op 15 november zetten zij hun reis voort. Zij bezochten Wellington, Tulbagh, Swellendam, George, Oudtshoorn en Graaff-Reinet. Daarna verlieten zij de oude kolonie en reisden via Bloemfontein, Johannesburg en Pretoria naar het Portugese Lourenço Marques, nu Maputo, waar zij zich inscheepten naar Goa.

Overvoorde was positief verrast door wat hij aantrof op het Kaapse platteland. Veel oude huizen, boerderijen en kerken waren bewaard gebleven. Hij vreesde alleen voor de oude kerkjes in dorpen waar behoefte bestond aan een groter bedehuis. In Tulbagh hadden de inwoners volgens Overvoorde een goede oplossing gevonden door een nieuwe kerk te bouwen en de oude kerk te behouden voor vergaderingen en uitvoeringen. In Kaapstad was de situatie minder rooskleurig. Aan Adderley Street, de oude Heerengracht, hadden moderne gebouwen alle oude huizen vervangen en was het stadsgezicht geheel gewijzigd. In andere buurten trof hij wel veel oude huizen aan, maar het aantal verminderde elk jaar.

Tijdens de reis maakte Johanna Overvoorde-Gordon foto’s van de gebouwen die zij bezichtigden. Een deel van deze foto’s is bewaard gebleven en bevindt zich in de collectie van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. De kwaliteit van de meeste foto’s is helaas niet erg hoog, maar ruim honderd jaar later geven ze nog steeds een interessant beeld van de architectonische schoonheid van de Kaap.

Huis aan Rainier Street in Malmesbury met de voor het dorp kenmerkende gevel met vleugels.
De Strooidakkerk in Paarl. Het gebouw uit 1805 heeft de vorm van een Grieks kruis met vier gelijke armen die zijn voorzien van fraaie holbolgevels.
Een graf op het kerkhof van de Strooidakkerk. Het graf doet denken aan de gevels van Kaaps-Hollandse huizen uit dezelfde tijd.
Lekkerwijn in Drakenstein. De boerderij is in 1690 gesticht door de hugenoot Henri l’Ecrévent wiens naam werd verbasterd tot Arie Lekkerwijn. Het huidige huis is gebouwd halverwege de achttiende eeuw, maar de neoklassieke gevel dateert uit 1834.
Interieur van Lekkerwijn. Let op de vrouw bij het raam. Of is het een geest?
Dezelfde kamer als op de voorgaande foto, maar de camera is iets naar rechts gedraaid.
La Motte nabij Franschhoek. De neoklassieke gevel dateert uit 1836, maar het huis is ouder. In tegenstelling tot wat de naam doet vermoeden is dit een van de weinige boerderijen in de omgeving die niet door een hugenoot is gesticht.
Old Nectar in de Jonkershoekvallei ten zuidoosten van Stellenbosch. Het huis heeft een fraaie neoklassieke gevel uit 1815. Dit is misschien wel de mooiste foto van Johanna Overvoorde-Gordon.
De achterzijde van Libertas net buiten Stellenbosch. De holbolgevel dateert uit 1771. Door de uitbouw rechts is de symmetrie die zo kenmerkend is voor de Kaaps-Hollandse architectuur verloren gegaan.
De zijkant van Vergelegen in Somerset West. Begin achttiende eeuw was deze boerderij eigendom van gouverneur Willem Adriaan van der Stel. De kamferbomen rechts dateren uit zijn tijd en staan er nog steeds.
Wale Street tussen Bree Street en Buitengracht in Kaapstad. Het huis met de golvende borstwering is gebouwd omstreeks 1770 en is inmiddels afgebroken. De rechterhelft van het huis was al gesloopt voordat deze foto werd genomen om plaats te maken voor het bakstenen gebouw rechts dat er nog steeds staat.
Olijvenhout in Wellington. Het huis dateert uit 1767, maar is sindsdien grondig verbouwd. Zo dateren de twee zijvleugels aan de voorzijde van veel latere datum.
De oude Nederduits Gereformeerde kerk van Tulbagh. De kerk werd voltooid in 1748 en is het oudste kerkgebouw van Zuid-Afrika. De holbolgevel en de toegangspoort werden toegevoegd in 1795. Tegenwoordig is de kerk een museum.
De drostdy in Tulbagh. Het gebouw uit 1804 is ontworpen door de bekende architect Louis Michel Thibault. Tot 1822 was dit gebouw de zetel van de landdrost van Tulbagh.
Huis op de hoek van Voortrek Street en Moolman Street in Swellendam. De middengevel is op enig moment ingestort of afgebroken en nooit meer hersteld.

2 gedachtes over “Een Nederlander op zoek naar koloniaal erfgoed

  1. P.P.J. Overvoorde

    Mooi stuk! Tja de foto’s – op weg naar Goa schrijft J.C. Overvoorde aan Jan Kalf dat zijn vrouw het fotograferen nog niet helemaal onder de knie heeft. Maar mooi dat zij ze toch maakte en ze ging het beter doen.

    De reis die in Zuid-Afrika begon was bedoeld als een wereldreis waarvoor een jaar was uitgetrokken. Overvoorde wilde in Zuid-Afrika, Britsch Indië, Ceylon (Sri Lanka), Nederlandsch Indië, Malakka, Japan alle monumenten van Hollandse oorsprong in kaart brengen. Na Japan stak hij daarvoor de oceaan over naar Noord-Amerika (Oostkust, Albany, New York), maar Zuid-Amerika (o.m. Brazilië) schoot erbij in want er was veel vertraging geweest, o.m. door verplichte quarantaine maatregelen in Azië. Die hele reis staat uitgebreid beschreven in de biografie van hem: “Als het maar tot iets leidt …” Dr. Mr. J.C. Overvoorde (1865-1930, Strijder voor Erfgoed en Feminist (2018, uitgeverij IJZER)

    Wat het laatste onderwerp betreft: Overvoorde promoveerde in 1891 op het (opzienbarende) eerste feministische proefschrift in Nederland, streed (met andere bekende NL-mannen) mee in de Vrouwenstrijd voor gelijke rechten, waaraan in die biografie ruime aandacht kon worden geschonken – geen sinecure om met Wilhelmina Drucker en Aletta Jacobs samen te werken, die feminisme immers ook zagen “als mannenhaat”. Vergelijkbare spanningen en issues als nu speelden toen al – en blijven kennelijk van alle tijden als het om mannen en vrouwen gaat. Waarover ik drie informatieve en spannende hoofdstukken kon schrijven.
    Daarnaast natuurlijk over de opkomst van de georganiseerde monumenten zorg, waarvan J.C. Overvoorde vanaf 1898 initiator en tot zijn dood de trekker was, onder meer via de door hem opgerichte Nederlandschen Oudheidkundigen Bond. Monumenten toentertijd: niet minder een blinde vlek in de NL-samenleving, dan de achterstelling van vrouwen!

    1. Dank voor de reactie! Leuk om te weten dat hij dat aan Kalf schreef! Helaas lijkt ook maar een klein deel van de foto’s bewaard te zijn gebleven, want veel belangrijke gebouwen van Nederlandse oorsprong ontbreken in de fotocollectie, terwijl zij die ongetwijfeld hebben gezien.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s