Plettenbergbaai

Plettenbergbaai vanaf de Robberg.

Plettenbergbaai is een mondaine badplaats aan de Indische Oceaan. Het dorp, dat door zijn inwoners liefkozend Plett wordt genoemd, ligt aan de beroemde Tuinroute die langs de zuidkust van Zuid-Afrika slingert. ’s Zomers verandert het rustige dorp in een druk vakantieoord. Uit binnen- en buitenland komen toeristen voor de uitgestrekte stranden, de natuurgebieden in de omgeving en de ontspannen sfeer. Niet voor niets noemde de Portugese zeevaarder Manuel de Mesquita Perestrelo de plaats in 1576 Bahia Formosa (“Mooie Baai”).

In 1630 strandde het Portugese schip São Gonçalo in de baai. Ongeveer honderd opvarenden overleefden de ramp. Van de overblijfselen van het schip bouwden zij twee boten. Tijdens de acht maanden die daarvoor nodig waren, bouwden zij ook tijdelijke onderkomens en zelfs een eenvoudige kapel. De verhoudingen met de Khoikhoi waren al die tijd goed. Bij hun vertrek richtten de Portugezen een kruis op en graveerden hun lotgevallen op een steen waarvan een deel in de negentiende eeuw is teruggevonden. Een van de boten wist veilig Mozambique te bereiken. De andere boot voer richting Kaap de Goede Hoop waar de bemanning werd opgepikt door het Portugese schip Santo Ignacio de Loyola. De meesten verdronken toen dit schip zonk in het zicht van de haven van Lissabon.

Lees verder “Plettenbergbaai”

Een zwarte Amerikaan in Transvaal

Spoorwegarbeiders op de nog onvoltooide Brinkspruitbrug tijdens de aanleg van de Delagoalijn omstreeks 1892.

Op 15 januari 1893 kreeg John Ross vijftien zweepslagen van een politieagent voor onbetamelijk gedrag. Ross was een zwarte ingenieur die voor de Nederlandsch-Zuid-Afrikaansche Spoorwegmaatschappij werkte aan de Delagoalijn tussen Pretoria en Lourenço Marques. Hij had het gewaagd fel te reageren op beledigende opmerkingen van een witte collega. In de gesegregeerde Zuid-Afrikaansche Republiek werden Afrikanen voor het minste of geringste zwaar gestraft. De politieagent wist echter niet dat Ross een Amerikaanse staatsburger was. Een diplomatieke rel tussen de Verenigde Staten en de Zuid-Afrikaansche Republiek was geboren.

Ross beklaagde zich over zijn behandeling bij het Amerikaanse consulaat in Johannesburg. De consul, een zekere William Van Ness, rapporteerde de zaak aan zijn superieuren in Washington. Van Ness maakte ook bezwaar bij de Transvaalse staatssecretaris Willem Johannes Leyds. Met steun van het U.S. Department of State eiste Ross $10.000 schadevergoeding, destijds een fortuin. Leyds, die zo snel mogelijk van de zaak verlost wilde zijn vanwege de Britse dreiging, zag in dat er niets anders op zat dan de schadevergoeding uit te keren.

Lees verder “Een zwarte Amerikaan in Transvaal”

De drostdy van Graaff-Reinet

De drostdy van Graaff-Reinet.

In het binnenland van de Oost-Kaap ligt Graaff-Reinet, de “parel van de Karoo”. Het prachtige dorp, gelegen aan de voet van de Sneeuberge in een hoefijzervormige bocht in de Sondagsrivier, herbergt tal van historische gebouwen. Een daarvan is de elegante Kaaps-Hollandse drostdy in de Kerkstraat, ooit de zetel van het Nederlandse gezag in de regio, maar nu al geruime tijd een hotel.

Graaff-Reinet was de laatste plaats die de VOC stichtte in Zuid-Afrika. Gouverneur Cornelis Jacob van de Graaff besloot in 1785 een nieuw district op te richten aan de onrustige oostgrens van de kolonie om de orde in het gebied te herstellen. Hij vernoemde het district naar zichzelf en zijn vrouw Hester Cornelia Reinet. De burger Maurits Herman Otto Woeke uit Stellenbosch werd benoemd tot landdrost van het nieuwe district. Hij kreeg de opdracht een geschikte locatie te zoeken voor de drostdy. In 1786 kocht hij twee boerderijen aan de Sondagsrivier van de burger Dirk Coetzee. Een onaanzienlijk lemen gebouwtje werd ingericht als drostdy. Daaromheen ontstond geleidelijk het dorp Graaff-Reinet.

Lees verder “De drostdy van Graaff-Reinet”

City Hall, Cape Town 1917

City Hall, Cape Town 1917 door Robert Gwelo Goodman, South African National Gallery.

Robert Gwelo Goodman (1871-1939) was een van de grootste Zuid-Afrikaanse schilders. Hij behoorde tot de zogeheten Kaapse impressionisten die begin twintigste eeuw werkzaam waren in Kaapstad. Zijn stijl toont invloeden van het Franse impressionisme en pointillisme, maar het ging hem meer om de weergave van het onderwerp dan om het vastleggen van het licht en de atmosfeer van het moment. Hij schilderde voornamelijk stadsgezichten, historische gebouwen, interieurs, landschappen en bloemen.

Goodman maakte dit schilderij in 1917. Op de voorgrond zien we de Grand Parade en het stadhuis van Kaapstad met daarachter de Duivelspiek en de Tafelberg. Het is misschien wel zijn beste werk. Hij schilderde het stadsgezicht ter plekke in een kamer in het voormalige operagebouw waar nu het hoofdpostkantoor staat. De Grand Parade was het voornaamste plein van de stad. Aan de zuidzijde werd in 1905 het edwardiaanse stadhuis gebouwd. Het statige gebouw was een trots symbool van de Britse macht in Zuid-Afrika. De Union Jack wapperde fier op het fronton. Het stadhuis kreeg internationale bekendheid toen Nelson Mandela op 11 februari 1990, slechts enkele uren na zijn vrijlating uit de gevangenis, op het bordes zijn eerste publieke toespraak hield.

De inauguratie van Mandela

Op 10 mei 1994 werd Nelson Mandela beëdigd als president van Zuid-Afrika door hoofdrechter Michael Corbett.

Op 10 mei 1994 begon een nieuw hoofdstuk in de Zuid-Afrikaanse geschiedenis. Nelson Mandela werd op die dag geïnaugureerd als eerste zwarte president van Zuid-Afrika. Zijn partij, het African National Congress, had tijdens de eerste multiraciale verkiezingen van april 1994 een verpletterende overwinning behaald met bijna 63 procent van de stemmen. De inauguratie vond plaats in het amfitheater van het imponerende Uniegebouw op de Meintjieskop in Pretoria, de officiële zetel van de Zuid-Afrikaanse regering sinds 1910.

Aan het begin van de ceremonie zong een koor het nieuwe nationale volkslied dat is samengesteld uit de liederen Die stem van Suid-Afrika en Nkosi sikelel’ iAfrika. De grotendeels witte militaire top salueerde. Twee matrozen, de een wit, de ander zwart, hesen de nieuwe Zuid-Afrikaanse vlag. F.W. de Klerk legde als eerste de eed af in het Afrikaans. De laatste staatspresident van het witte minderheidsregime werd daarmee vicepresident van het democratische Zuid-Afrika. Thabo Mbeki werd ook door hoofdrechter Michael Corbett beëdigd als vicepresident. Vervolgens was het de beurt aan Mandela. Met de eedaflegging kwam een einde aan zijn lange weg naar de vrijheid.

Lees verder “De inauguratie van Mandela”

Café Riche

Café Riche.

Café Riche was het oudste eetcafé van Pretoria. Je kon er, uitkijkend over het Kerkplein, genieten van koffie, een grote verscheidenheid aan lokale en Belgische bieren en verse gerechten als het Boer en Brit-ontbijt, bestaande uit bacon, ham, eieren, boerewors en brood. Het café was vooral in trek bij toeristen en ambtenaren. Het fraaie interieur met versieringen in art-nouveaustijl voerde de gasten terug in de tijd. Café Riche was een welkome plek van ontspanning tussen de banken en overheidsgebouwen rond het plein.

Het Reserve Investment Building in 1907. Op de voorgrond het oude postkantoor uit 1887.

Het gebouw, dat eigenlijk het Reserve Investment Building heet, is een van de weinige art-nouveaupanden in Pretoria. Het werd ontworpen door de Nederlandse architect Frans Soff in 1904. Veel van de bouwmaterialen waren afkomstig van de gesloopte kerk op het Kerkplein. De beeldhouwer Anton van Wouw, ook afkomstig uit Nederland, was verantwoordelijk voor het reliëf van Mercurius op de noordoosthoek. Het reliëf van de Romeinse god van de handel verwees naar de financiële instelling die oorspronkelijk in het gebouw zat. De gestileerde uil die uitkijkt over het Kerkplein is van de hand van Charles Marega.

Lees verder “Café Riche”

Het Hoofdpostkantoor van Pretoria

Die Hoofposkantoor.

Postkantoren behoorden vroeger tot de voornaamste gebouwen van een stad. Ze verbonden de stad met de wereld. In Pretoria getuigt het statige Hoofdpostkantoor uit 1910 aan de westzijde van het Kerkplein nog altijd van de belangrijke rol die het postwezen ooit innam

Het eerste postkantoor in Pretoria was een eenvoudig gebouw met witgepleisterde muren en een rieten dak. Het stond aan de Pretoriusstraat achter de eerste Raadzaal. In de begindagen van Pretoria brachten renbodes en transportrijders de post naar het postkantoor. Medewerkers van het postkantoor deelden de brieven uit aan het wachtende publiek. Voor ongeletterden lazen zij de brieven voor. Friedrich Jeppe, de postmeester-generaal van de Zuid-Afrikaansche Republiek van 1868 tot 1874, verbeterde het gebrekkige postwezen aanzienlijk met de introductie van postkoetsen en postzegels.

Lees verder “Het Hoofdpostkantoor van Pretoria”

Het ontstaan van Duits-Zuidwest-Afrika

Het hijsen van de Duitse vlag op 7 augustus 1884 in Angra Pequena.

Weinig wereldrijken zijn op zo’n onherbergzame plek gesticht. In Angra Pequena, een baai in het zuiden van het moderne Namibië, hadden de elementen vrij spel. Kale rotsen, verweerd door de harde wind van de Zuid-Atlantische Oceaan, domineerden het landschap. Het water in de baai was ijskoud door de Benguelastroom afkomstig van Antarctica. Achter de rotskust doemden de duinen van de Namibwoestijn op. Vanaf de vroege negentiende eeuw bezochten walvisvaarders de baai. Verder was het gebied voor handelaren alleen van belang vanwege de guano, de vruchtbare vogelpoep die op de eilanden voor de kust werd gewonnen. Dat juist op deze plek een Duitse kolonie werd gesticht kwam door het optreden van de kooplieden Adolf Lüderitz en Heinrich Vogelsang.

Adolf Lüderitz (1834-1886).

Lüderitz was de zoon van een rijke tabakshandelaar in Bremen. Na het overlijden van zijn vader in 1878 nam hij de onderneming over, maar de wereld van de Bremense tabakshandel was te klein voor de rusteloze Lüderitz. Hij kwam hij in contact met Vogelsang, ook de zoon van een tabakshandelaar uit Bremen en net als Lüderitz op zoek naar avontuur. Zij besloten hun geluk te beproeven in Zuidwest-Afrika. In rapporten hadden zij gelezen over de mogelijke aanwezigheid van koper. Zij hoopten ook diamanten en goud te vinden en wilden het land openstellen voor Duitse kolonisten. Met de brik Tilly, die was volgeladen met ruilgoederen, voer Vogelsang naar Angra Pequena. Hij arriveerde in april 1883 in de baai en zette een geprefabriceerde hut op die hij trots Fort Vogelsang noemde.

Lees verder “Het ontstaan van Duits-Zuidwest-Afrika”

De Kaapse pokkenepidemie van 1713

Khoikhoi tijdens een storm. Anonieme kunstenaar, ca. 1700, National Library of South Africa.

Op 13 februari 1713 arriveerde vanuit Batavia de retourvloot van de Verenigde Oost-Indische Compagnie onder bevel van Johannes van Steeland in de Tafelbaai. Tijdens de zeereis hadden enkele opvarenden, onder wie de kinderen van Van Steeland, de pokken gehad, maar tegen de tijd dat de Kaap werd bereikt waren zij weer hersteld. Na aankomst werd hun kleding zoals gebruikelijk naar de slavenloge aan de Heerengracht gebracht om gewassen te worden. Binnen de kortste keren was een groot deel van de slaven ziek. Tijdens de daaropvolgende zes maanden overleden bijna tweehonderd van de vijfhonderdzeventig Compagniesslaven.

Van de slaven sloeg het virus over op de VOC-dienaren, de burgers en de Khoikhoi. In mei en juni was in bijna alle huishoudens in Kaapstad iemand ziek of overleden. Mensen waagden zich niet meer buiten. Zelfs de kinderen speelden niet meer in de straten van de stad. De wanhoop was zo groot dat slaven het grote bedrag van een rijksdaalder per dag kregen om op de zieken te passen. Al snel werden de overledenen zonder kist begraven omdat er te weinig hout was. Ongeveer een kwart van de tweeduizend burgers in de kolonie stierf aan het virus.

Lees verder “De Kaapse pokkenepidemie van 1713”

Het Paleis van Justitie in Pretoria

Die Paleis van Justisie.

Het Paleis van Justitie aan de noordkant van het Kerkplein in Pretoria is een van de sierlijkste gebouwen van de stad. Op 8 juni 1897 legde president Paul Kruger de hoeksteen. Onder de steen was een kist geplaatst met daarin de grondwet van de Zuid-Afrikaansche Republiek, een exemplaar van alle kranten van het land, een complete set munten van de republiek en kopieën van de bouwtekeningen van het gebouw.

Aan de bouw was een felle discussie voorafgegaan over het ontwerp. Hoofdrechter John Kotzé wilde als verwijzing naar de oorsprong van het Rooms-Hollandse recht van de Zuid-Afrikaansche Republiek een gebouw in Hollandse renaissancestijl. Hij noemde het Departement van Justitie aan het Plein in Den Haag als voorbeeld. De architect Sytze Wierda, die als hoofd van het Departement Publieke Werken ook de tegenovergelegen Raadzaal had ontworpen, meende dat een te Nederlands gebouw afbreuk zou doen aan het beeld van de Zuid-Afrikaansche Republiek als onafhankelijk land. Hij ontwierp het Paleis van Justitie in de meer internationaal georiënteerde Italiaanse renaissancestijl met een centrale koepel geflankeerd door twee torens.

Lees verder “Het Paleis van Justitie in Pretoria”